Borderel van aangifte

Emancipatie 1 juli 1863

Emancipatieregister

Familienaam

Mulatten, Carboegers, Mestiezen, Kastiezen en Poestiezen

Manumissie

Slavennaam

Slavenregister

Staatstoezicht 1863-1873

 

 

Borderel van aangifte

De ‘Wet op de Opheffing van de Slavernij’ van 8 augustus 1862 bepaalde dat binnen dertig dagen na afkondiging van de wet in de kolonie de slaveneigenaren borderellen (lijsten) moesten invullen met de namen van de slaven die zij bezaten, waar deze werkten, wat hun leeftijd was, welk beroep zij uitoefenden en hun religie. De gegevens op deze borderellen leveren zo veel gegevens op. Niet alleen over de slaven in 1862, maar ook over hun eigenaren.

De borderellen zijn in te zien in het Nationaal Archief te Den Haag.

 

Emancipatie 1 juli 1863

Ook bekend als "Keti-Koti", d.w.z. verbroken ketenen.

Op 8 augustus 1862 werd afgekondigd dat op 1 juli 1863 de slavernij in Suriname werd afgeschaft. Hierbij zijn ca. 45.000 slaven vrijgekomen, waarvoor de eigenaren (!) een schadeloosstelling van f 300 per slaaf ontvingen.

Slaven droegen vóór 1863 alleen een slavennaam (voornaam), pas bij de emancipatie kregen zij een familienaam (achternaam). Gemanumitteerde slaven droegen vóór de emancipatie wel een familienaam.

 

Emancipatieregister

In maart 1863 ging in Suriname een commissie langs de plantages en door Paramaribo om te kijken of de slaven die op de borderellen vermeld waren wel echt bestonden. Deze commissie voorzag de slaven van een familienaam die werd opgetekend in het zogenaamde Emancipatieregister.

Dit register bevindt zich in het Bureau Bevolkingszaken van Paramaribo.

 

Familienaam

De achternaam die een slaaf ontving bij zijn manumissie of de emancipatie in 1863.

Bij het toekennen van de namen in 1863 werd de matrilineaire lijn gevolgd; de lijn van de moeder. Dus niet de patrilineaire lijn; de lijn van de vader. Dit levert wat verwarring op: Er zijn veel gevallen waarbij de voormalige slaven-kinderen, bij erkenning en /of huwelijk van de ouders, de naam van de vader zijn gaan dragen. In de archieven zijn zij dus te vinden onder beide namen.

Ook wij gebruiken beide familienamen. Als één van beide ouders ons onbekend is, dan komt deze persoon onder één naam voor. Let u dus goed op als u gaat zoeken in de stamboom.

Overigens kregen gemanumitteerden pas vanaf het nieuwe manumissie-reglement van 1832 een eigen familienaam. Vóór die tijd werd de "achternaam" gevormd uit "van" + "achternaam eigenaar". Bijvoorbeeld "van Schouten" of "van Halfhide". Klik hier voor meer info over het manumissiereglement op www.gahetna.nl

 

 

Manumissie

Manumissie is het onder bepaalde voorwaarden vrijgeven van een slaaf vóór de emancipatie van 1863. Deze kregen dan een achternaam toegewezen. Veelal werden de concubines en hun kinderen vrijverklaard (c.q. vrijgekocht) door de blanke vaders. Ook huisslaven die jarenlang de meester dienden konden in aanmerking komen voor manumissie. Gemanumitteerden komen niet in de emancipatieregisters voor.

Zie voor meer info: Nationaal Archief / GaHetNa.nl - Vrij in Suriname: Surinaamse Manumissies 

 

Mulatten, Carboegers, Mestiezen, Kastiezen en Poestiezen

Men onderscheidde de volgende kleurlingen:

  • Mulat: afstammeling van blank + neger
  • Carboeger: afstammeling van neger + mulat (¾ neger en ¼ blank)
  • Mesties: afstammeling van blank + mulat (¾ blank en ¼ neger)
  • Kasties: afstammeling van blank + mesties
  • Poesties: afstammeling van blank + kasties

 

Slavennaam

De (voor)naam van een slaaf vóór de emancipatie in 1863. 

Slaven droegen vóór 1863 geen achternaam (familienaam), tenzij ze waren gemanumitteerd. 

 

Slavenregisters

Bij Koninklijk Decreet werd in 1826 het slavenregister in Suriname ingesteld. Dit gebeurde om de illegale slavenhandel te bestrijden. De internationale slavenhandel vanuit Afrika was toen al verboden, maar de smokkel van mensen naar Suriname ging gewoon door. Een verplichte registratie van alle slaafgemaakte mensen met naam en leeftijd, inclusief geboorte, overlijden en elke verandering van eigenaar moest het onmogelijk maken om mensen illegaal tot slaaf te maken en zo de sluikhandel definitief stoppen.

Klik hier voor meer info over de slavenregisters en toegang tot de gegevens op www.gahetna.nl 

 

Staatstoezicht 1863-1873

Periode na de afschaffing van de slavernij, tussen 1863 en 1873.

Met de emancipatie op 1 juli 1863 waren de Surinaamse slaven nog niet onmiddellijk volledig vrij. Om te voorkomen dat de slaven massaal van de plantages zouden weglopen werd een overgangsperiode ingesteld van tien jaar, het zogenaamde Staatstoezicht. Bij wet was vastgelegd dat de geëmancipeerden die op plantages of gronden woonden, of gewoonlijk werkzaam waren en tussen de 15 en 60 jaar oud waren, arbeidsovereenkomsten tot het verrichten van plantagearbeid moesten af sluiten met planters of landbouwondernemers, voor de periode van 10 jaar. Zij die niet op plantages of gronden werkten en van dezelfde leeftijd waren, moesten ook overeenkomsten afsluiten tot het verrichten van arbeid of diensten. Uitgezonderd hiervan waren zij die konden bewijzen een beroep, ambacht of bedrijf uit te oefenen zodat zij in de behoeften van zichzelf en hun gezin kon voorzien.

Pas na 1873 werden de ex-slaven in alle opzichten vrije burgers van Suriname.