Geschreven door Philip Dikland van KDV Architects.
Origineel artikel te vinden op: Plantage Topibo op Google Drive
Aanvullingen door Pinasroots middels [ grijze tekst ]


 

rechteroever in het afvaren
volgorde: Jagersburg, Loefbeek, aan Loefbeek, Topibo, de Vrijheid, aan Onoribo, de Watering.

 

detailkaart Careau van Rosevelt 1882
detail kaart Cateau van Rosevelt, 1882.

De Para-kreek was in de Engelse tijd druk bezet, maar werd in de Nederlandse tijd steeds minder belangrijk. In latere tijd waren er voornamelijk houtgronden.

 

Chronologie:

ca 1667

Toen Suriname nog 'Willoughbyland' heette, naar de Engelse baron Francis, de vijfde baron van Willoughby, bestond Topibo al. Het lijkt erop dat Topibo een Indiaansche naam was voor de heuvel die zich aldaar bevond. (zie ook De herkomst en de beteekenis van Surinaamsche plantagenamen, door Fred. Oudschans Dentz 1945)

Op onderstaande twee kaarten uit ca 1667 is te zien dat "L. gen. Byam" (William Byam *ca1623-†1670) op plantage Topibo óf De Vrijheid een plantage had.

Topibo ca 1667 (JCB 8189-38)
detail kaart uit de John Carter Brown Library: Cabinet Blathwayt #38, ca 1667

William Byam, zoon van Eduard Byam en Elisabeth Eaglesfield, was in het gevolg van Francis, lord Willoughby of Parham, toen deze als gouverneur-generaal de W.-I. eilanden namens den in Nederland tegenover Cromwell als koning uitgeroepen Karel II, in 1650 naar Barbados vertrok en kort daarna een eigen kolonie stichtte onder den naam van Willoughbyland [het huidige Suriname], waar de kolonisten in 1653 een soort royalistisch gemeenebest vestigden en voor den tijd van drie jaren majoor Byam als president kozen. Toen in 1657 Byam's termijn om was, wilden de kolonisten een anderen president kiezen, doch Byam slaagde er in de overhand te verkrijgen en behield zijne positie tegen den zin van vele kolonisten. Hij beweerde eene koninklijke aanstelling te bezitten, welke hij echter nimmer toonde. Met behulp van een groot gedeelte van de koningsgezinde partij, die hem steunde, veranderde hij zijn titel in dien van gouverneur en maakte van het gekozen parlement een kolonialen raad.
Deze raad bestond volgens Mrs. Behn (Aphra Johnson) uit zulke beruchte schurken als de gevangenis van Newgate nog nimmer had losgelaten. Een samenraapsel van verschillende nationaliteit en van revolutionairen aard, dat zich in Suriname in den loop dier eeuw had gevestigd, maakte Byam het bestuur zeer moeilijk. Hij trad als een despoot op. Tal van pamfletten werden in dien tijd te Londen uitgegeven. Toch scheen het bestuur van Byam de eerste kolonisten te bevredigen. Er was vrijheid van handel en geweten en volgens Warren was het bestuur monarchaal, een navolging van het Engelsche; de wetten van Engeland waren die der kolonisten.
De zetel van het bestuur werd in 1665 overgebracht naar het houten Willoughby-fort (het tegenwoordige fort Zeelandia) en, daar niet voldoende versterkt, moest Byam zich op 27 Februari 1667 aan den Zeeuwschen commandeur Abraham Crynssen overgeven, waarbij hij eervollen aftocht verkreeg.
Het verhaal van de inneming van Paramaribo, door Byam geschreven en bewaard in Sloane MSS. 3662, is in de Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap, 1898, deel XIX opgenomen. [DBNL.org: 'Verhaal van de inneming van Paramaribo (1665) door Generaal William Byam' in Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap. Deel 19 (1898)]
Na de herovering van Suriname door den Engelschen admiraal John Harman op 3 Oct. 1667 verzocht Byam om door een krijgsraad zijne overgave van 27 Febr. 1667 te doen onderzoeken. [Opm PR: schijnbaar werd hij door de jongere broer van Francis Willoughby, William, aangeklaagd voor lafhartigheid. zie 'Willoughbyland: England's Lost Colony' (Parker 2015)] Deze verklaarde: ‘that they found he had in all particulars demeaned himself as became a loyal and faithful subject, as a valourous, prudent commander and an honourable person’.
Later wordt Byam als gouverneur van Antigua vermeld. Vgl. Encyclopaedie van Ned. West-Indië
1914/1917, blz. 184-185.
Bron letterlijke tekst: DBNL.org: Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap. Deel 39 (pdf)  

 

Topibo ca 1667 (JCB C-6709)
detail kaart uit de John Carter Brown Library: Cabinet Gm67 John Thornton C-6709, ca 1667/1675 (Noord=onder)
Zie ook in de John Carter Brown Library Image Collections: C-0028

Op de onderste kaart (C-6709) is de heuvel van Topibo te zien. Vanuit daar liep waarschijnlijk een pad naar het huis van ene Stantor (John of Thomas Stantor volgens Zeeuwse archieven) op vermoedelijk de latere plantage La Simplicité. Het pad zal Byam een makkelijkere toegang tot de toenmalige hoofdstad Toorarica (Thorarica) en zijn andere plantage hebben verschaft. Tussen Stantor en Byam, op het pad, staat 'Ropamica'. Dit betreft vermoedelijk plantage 'Urapanica', welke later bij plantage De Berseba is getrokken en tussen De Berseba en La Simplicité lag  [bron: Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden. Abraham Jacob Aa, 1848]

Een andere plantage in het bezit van Byam lag aan de Suriname-rivier (op afbeelding C-6709: links boven), op of nabij de latere plantage Palmeneribo of Surimombo (beiden in 1708 eigendom van Jonas Witzen: zie tekeningen van de huizen op Palmeneribo en Surimombo). 

detail kaart 1930 Topibo Berseba Urapanica Palemeribo
detail kaart  Rosevelt 1882 met Topibo, Berseba (Berceba), Urapanica (Urbunica) en Palmeneribo (Noord=boven) [bron: het Geheugen van Nederland]

 

Meer informatie over Byam is te lezen op documentatie van Philip Dikland over plantage Palmeneribo. 
Meer over de geschiedenis van deze tijd op surinameview.com

 

1679 - fortje

In 1679 bestond Topibo al. Het was in die tijd de voornaamste militaire post aan de Para, en wordt omschreven als een "fortje". In 1679 was de Para het brandpunt van een zware indiaanse guerilla-oorlog. De meeste plantages werden aangevallen en verbrand. Gouverneur Heinsius had daarom plannen om de post verder te versterken tot een volledig fort, als verdedigingspunt tegen de indianen:

"... Verders referere alles aen de nevensgaende bijlagen waerbij Uwe Ed: Mo: connen sien datter niets versuijmt is int werck te stellen t'gene geoordeelt is geweest eenichsints tot onsen beste te connen dienen, gelijck tot noch toe daermede besich sijn. Ende wederom in Para aen een plaetse genaemt Topibo een sterckte gaen beginnen, om daerdoor de plantagien in de bovenlanden gelegen soo veel mogelijck voor het overloopen van d' indiaenen te bevrijden ..." (1679 - 18 augustus - brief Johannes Heinsius , RAZ 2035 no. 340)
GIDS102   Gids Staten van Zeeland en Suriname, 1667-1684 (1692), p.288 (opent een PDF)
GIDS 102: 3.14.3. / 429 Getuigenverklaring van sergeant Jan de Jonghe en liutenant Simon Schoppens, 1680
Samenvatting: In augustus 1679 waren zij onder bevel van Bernhard Plijster met 2 boten, 30 soldaten en enige timmerlieden op weg naar post Topibo. De Parakreek werd echter versperd door omgekapte bomen, waarachter Indianen zich hadden verschanst. De afspraak was dat de Jonghe en Schoppens in de voorhoede zouden varen en de bomen verwijderen, daarbij gedekt wordende door de hoofdmacht onder Plijster. Echter was Plijster ver achtergebleven en had hen niet gedekt.


1708 - detailkaart Paragebied

In 1708 tekende Augury een detailkaart van het plantagegebied langs de Para. Topibo staat op de kaart vermeld. Als plantage ? Of als militaire post ? Dat is niet helemaal duidelijk.

Detailkaart Paragebied 1708
detail kaart Paragebied, 1708

De kaart geeft de volgende informatie:

1708 (Augury)  1737 (Lavaux)     1930 (Bakhuys) 
Dirk Vlack Copimawabo (27) Jan Mulgers Hanover
Couderc Jagersburg (26) J.P. Vischerz. Jagersburg
Van Ommeren en Belring Wangunst (25) M.S. Pallak Loefbeek
Geever Brand Beeck Vollenhoven (21) erv. Adamsz. aan Loefbeek
Topibo  Topibo (20) Sussanna  Topibo 
de Vrijheid (14) Maket  de Vrijheid 
Auwe grond van Pleignol  Ambraribo (13) Ben. Michiels  aan Onoribo 

1737 - Sussanna, 1300 akkers (kaart Lavaux 1737)

Welke Susanna kan dat wel zijn geweest ? 

Op de "kleine Lavaux", die kort na 1737 werd gepubliceerd, staat bij Topibo "Suss. Eerly".

detail kleine Lavaux met eigenaren
detail kleine Lavaux met eigenaren

 

1770 - Aubien Nepveu, 1300 akkers (kaart Lavaux 1770)

De vijfde druk van de kaart van Lavaux bevat veel onjuistheden, omdat de drukker geen actuele informatie uit Suriname kreeg aangeleverd. Ook de informatie over Topibo is niet correct. In 1770 was Aubin Nepveu reeds overleden.

Aubin Nepveu (1714 - 1765) was de zoon van Louis Nepveu en Suzanne Hamelot. Deze hadden zich omstreeks 1724 in Suriname gevestigd. Hun zoons Aubin en Jean waren toen al geboren. In Suriname werd nog een dochter Louisa en een zoon Louis-Pierre geboren. Verder is nog bekend Martha Nepveu (1717 - 1756, OT), mogelijk een zuster.
Aubin Nepveu was vanaf 1758 tot zijn overlijden raadsheer van het Hof van Politie en criminele justitie. Daarnaast was hij planter, administrateur van plantages, en eigenaar de plantages Vrouwenvlijt & de Hulp aan de Orleanekreek, Topibo aan de Para, en Broedersgift aan de boven-Commewijne. Hij was gehuwd met Susanna Cores. Over kinderen is niets bekend, de geboorteregisters uit die tijd zijn verloren gegaan. Susanna overleed in 1762:

"...1762-april 18 Debet Aubin Nepveu - A kerkegeregtigheid voort begraven van zijn Ed: beminde Susanna Corss f 50,-
....1765-februari 9 ... A kerkegeregtigheid voort leggen van een dubbelde sarksteen op 't graff van zijn vrouw Susanna Corss f 100,-"

Aubin Nepveu is niet hertrouwd. Hij overleed drie jaar later, in 1765.

"..... 1765-october 18 Debet Boedel Aubin Nepveu - A kerkegeregtigheid voor begraven van hem Aubin Nepveu in de nieuw oranje tuijn f 50,- .....1767-october 30... A 't leggen van een sarksteen op der selfs graft f 50,- ...."

Na Nepveu's overlijden werd de plantage geïnventariseerd. Deze was 1300 akkers groot, met een slavenmacht van 25 mensen. Er werd wat cacao en wat kost verbouwd. De waarde van de plantage werd getaxeerd op fl. 12.839,-.

 

1784 - boedel A. Nepveu 

De beestegrond Topibo behoorde bij de boedel van A. Nepveu. Administrateur was F.E. Becker. (bron


1793 - boedel W. J. Klint (almanak 1793)

De grond was opnieuw aangelegd als rijstgrond ; de directeur was F. J. Bouhon. De grote koffieplantage Montresor aan de Commewijne behoorde eveneens tot de boedel Klint.

 

1798 - boedel W.J. Klint (Surinaamsche Almanach 1798)

Topiebo, Hout pl. 800 akkers.
Eig. Boedel W.J. Klint.
Adm. Mr. van Stuyvesandt, Menke en Kuvel.
Dir. J. van Farick.

 

1821 - S. Abendanon (almanak 1821)

Topibo was een houtgrond. Abendanon administreerde zijn zaken zelf. De directeur was H. A. Samson. Ook de houtgrond Bij Geval was van dezelfde eigenaar. Andere leden van de familie hadden de koffieplantages Broedersgift, Rhijnberk, Groenendaal en Monitor in eigendom.

 

1825-1833 - J.H. Franke of Francke 

Topibo was een houtgrond van 1300 akkers. J.H. Franke administreerde zijn zaken zelf. Directeur was J.G. Snebeling. De grond is op 3 mei 1833 verkocht en op 19 juni 1833 getransporteerd naar H. Schouten, eigenaar van plantage Onverwacht. (bron)
J.H. Franke/Francke betreft vermoedelijk Johan Henrich Francke. Hij is geboren omstreeks 1768 en overleden op 26 februari 1841 op 73 jarige leeftijd, als gepensioneerde Majoor Titulair bij de Kompagnie Koloniale Guides.(bron) Na zijn dood wordt op 11 november 1842 een erf aan de Drambrandersgracht La. E. nummer 113 verkocht.(bron)

  

Transporten (20839)
Den 19den junij 1833.
... aan H. Schouten, voor den Houtgrond Onverwagt, van den grond Topibo, aan de Para kreek, aangekomen hebbende J.H. Franke.

Surinaamsche courant. Paramaribo, 22-06-1833.

 

 

1843 - H. Schouten (almanak 1843)

De houtgrond was 1800 akkers groot. Schouten was tevens eigenaar van de houtgrond Onverwacht. Beide gronden werden geadministreerd door H.G. Roux, J.G.W. Banffer en A.F. Gerdeman. H. W. Builab [*Hendrik Willem Buillab] was de directeur.
 

1856 - helft van Topibo: boedel Elisabeth Christina Schouten

De grond was verlaten.

 

1856 - Verlaten (almanak 1856) 

 

1863 - emancipatie

Topibo komt niet voor in de administratie van de emancipatiebetalingen ; waarschijnlijk was de grond toen al buiten productie gesteld.

 

1863 - 2002 - familie Pinas ; Suralco.

zie : Plantage Topibo na 1863 , Onteigening plantage Topibo 1 en Onteigening Topibo 2 en 3

De plantage is geheel verlaten. Alleen het graf van Francois Pinas herinnert nog aan vroeger tijden.

Graf Petrus Francois Pinas 

Graftombe van Petrus Francois Pinas . Het graf ligt aan een bospad langs de Para-kreek.

 

 

Petrus Francois 
Pinas 
geb. 1838 
overleden 23 July 1883 
te Topibo 
----------- 
Blesi na dem dedeman, disi 
dede na ini Masra. 
Openb. Joh. 17 v. 13 

 

Was Pinas de eigenaar van de grond ? Dat blijkt inderdaad zo te zijn. Joop Pinas, opsteller van een stamboom van de familie Pinas bericht hierover het volgende :

“.... De plantage werd langgeleden toegekend [ *aangekocht ] aan drie broers Pinas, waarvan één mijn overgrootvader Petrus Francois. Deze kreeg Topibo 2. De overigen uiteraard 1 en 3.
Eind jaren '50 heeft de toenmalige minister-president Pengel samen met minister Kraag de plantage onteigend t.b.v. de Alcoa. Mijn oom Herman mocht nog wel blijven wonen op de plantage, tot zijn overlijden in de jaren '60. Ik ben nog in het bezit van een plattegrond ...”

Petrus Francois was gehuwd met Lisette Crisis. Beiden waren oorspronkelijk afkomstig van de plantage Onverwacht, een eindje stroomopwaarts aan de Para. Hun familienamen hadden zij ontvangen bij de emancipatie van 1863.

Petrus was ongetwijfeld de leider van de kleine gemeenschap, de man die de beslissingen nam en bij wie eenieder om raad kwam. Hij was tevens een voorganger van de E.B.G. kerkgemeente. Een in het sranang geschreven brief van hem is bewaard gebleven; de vertaling luidt aldus :

Topibo, 4 September 1881,

Ik en mijn gehele huis sturen aan u, grote zendeling, de zeer hartelijke groeten in de Heer. Ook de andere Broeders en Zusters sturen u en uw familie de groeten. Hartelijk dank aan u. Vergeet ons niet in uw gebeden, vooral onze gemeente hier in Para niet, want onze gemeente is zo apart dat ik het niet kan vertellen.

Ik houd hier iedere zondag een beetje kerk in de naam van de Heer. Ik neem woorden van de dagtekst, zoals de Heer mij de gelegenheid geeft die te verstaan en ik doe wat ik kan doen. Maar vaak moet ik met verdriet voor de Heer staan en huilen om te zien hoe zwak het geloof is. Hier in mijn dorp zijn de
meeste mensen voor de kerk getrouwd, voor het uiterlijke, maar wat de ziel betreft zijn zij leeg. Mocht de Heer komen dan zouden zij met zekerheid als een arme zondaar roepen “Ach Heer, uzelf hebt gezien dat ik spijt heb over mijn zonden en verheugt mij om u te zien, omdat ik in tranen ben”. Zo verlang ik om voor de Heer te zeggen : “Ach er ontbreekt nog veel in ons om te verkrijgen”. Om eerlijk te zijn, wij zijn christenen, maar met weinig hoop. Maar op de zondag geef ik catechesatie aan de mensen van Onoribo en Onverwacht. En hier op Topibo spreek ik zoals de Heer mij de gelegenheid daartoe geeft. Maar de mensen hier in Topibo die het voorrecht hebben dat wij elke zondag voor het aangezicht van de Heer kunnen komen, zijn als waar het woord van de Heer is, dat de duivel daar zijn lans tussen gooit. Als ze voor de doop in de leer zijn, treuren ze zo dat het je goed doet ; ze kunnen je zelfs bedriegen.
Wanneer zij al gedoopt zijn, dan kun je zeggen dat het slechts bedriegelijk was.

Wat moeten wij doen. De Heer moet ons helpen.

Ik en mijn geliefde familie laten u bedanken voor het portret. Het heeft ons veel plezier gegeven. Wij verzoeken u de zendeling Van Calker voor ons te groeten, en ook zijn gehele familie. Wij hebben u ook een klein geschenk gestuurd, een hangmat.

Grote Zendeling, vergeet ons niet in uw gebeden.

Ik ben uw arme broeder,
Petrus Francois Pinas.

Deze brief werd tentoongesteld op de expositie “Na ondro masra parasoro”, fort Zeelandia, Paramaribo, october 2008. De bewaarplaats van het origineel is het archief van de EBG in Hernnhut, Duitsland.

 


Bronnen:

1 - databases

1.1 - Philip Dikland - database oud archief der burgerlijke stand van Suriname

2 - inventarisaties

1765 - inv. no. 222 folio 747
ligging: Parakreek aan de linkerhand tussen de plantages Vollenhoven en de Vrijheit
gegevens: 1300 akkers, 25 slaven, cacao, tayer, bananen, verlaten grond, hoornbeesten, schapen, geiten, taxatie: Nf 12.839,- ; volgens opgave van: Johannes Westering
verzoeker: Arent de Jager, aangestelde executeur, voogd en administrateur over nalatenschap van mr: Aubin Nepveu

3 – Gouvernements advertentieblad 1959-02-10

ONTEIGENING

De gouverneur van Suriname maakt hierbij bekend, dat de stukken bedoeld bij artikel 6 der “onteigeningsverordening” (geldende tekst G.B. 1952 no. 99) ingaande Zaterdag 14 februari 1959 gedurende 3 (DRIE) weken op het departement van Binnenlandse Zaken zullen worden neergelegd, zulks in verband met de voorgenomen onteigening van de hierna te noemen gronden, ten name van de te Delaware in de Verenigde Staten van Amerika gevestigde vennootschap Suriname Aluminium Company, en ten behoeve van de aanleg van een weg met hoogspanningsleidingen van Paranam naar Affobakka, de bouw en exploitatie van een Aluminium reductie-bedrijf en een aluinaarde fabriek, e.e.a. als bedoeld in de artikelen 7, de leden 3 sub (6) en 5, IV en V van de Brokopondo-overeenkomst.

De onteigening betreft de gronden :

1. Een perceel land groot ongeveer 126,6323 ha, algemeen bekend als Topibo II en aangeduid op de figuratieve kaart van de landmeter W.A. Oldenstam van 27 januari 1959 met de letters CDEF, welk perceel land deel uitmaakt van een gedeelte ter grootte van 214,66 ha (500 akkers) van de grond Topibo, gelegen in het district Suriname aan de Parakreek tussen de plantages “De Vrijheid” en “Loefbeek”, welk gedeelte in de openbare registers bekend staat ten name van

a. EMANUEL CRISIS

b. JULY LUCAS NAPOLEON en

c. MARCUS FELIA NAPOLEON ;

2. een perceel land , groot ongeveer 558 ha (1300 akkers), algemeen bekend als Topibo III en aangeduid op de figuratieve kaart van de landmeter W.A. Oldenstam van 27 januari 1959 met de letters BDEKHG, deel uitmakende van de grond Topibo, gelegen in het district Suriname aan de Parakreek tussen de plantages “De Vrijheid” en “Loefbeek”, welk perceel land in de openbare registers bekend staat ten name van

FRANCOIS PINAS;

3. een perceel land groot ongeveer 1495 ha, algemeen bekend als de grond “De Vrijheid” en aangeduid op de figuratieve kaart van de landmeter W.A. Oldenstam van 27 januari 1959 met de letters ABCDEFG, gelegen in het district Suriname aan de Pararivier, welke grond in de openbare registers bekend staat ten name van :

a. WILLEM LODEWIJK AMELO

b. HERMAN JACOBUS AMELO

c. PIET RUDOLF GEMERT

d. HENRY STARKE

e. JOHANNES AMELO

f. THEODORUS AKERUM

g. JAQUES RAALTE

h. PHILIPPUS JOZEF REDMOND

i. LODEWIJK NAPOLEON GEMERT

j. FRANCOIS KENSENHUIS

k. JOSEPH BIERVLIET

l. WILLEM OMMEN

m. PAULUS AMELO

n. JEANNE SOPHIE EVERDINE REDMOND, buiten gemeenschap van goederen
gehuwd met LOUIS EMILE MONKOU

o. WILHELMINA JOSEPHINE CHARLOTTE REDMOND, buiten gemeenschap van
goederen gehuwd met ADOLF GABRIEL VAN SPANG

p. ALEXANDER GEMERT en

q. De te Delaware in de Verenigde Staten van Amerika gevestigde vennootschap

SURINAME ALUMINIUM COMPANY

Gedurende 4 (vier) weken van de dag, waarop de stukken zijn neergelegd kunnen tegen de plannen schriftelijk bezwaren worden ingebracht bij de Gouverneur van Suriname.

De Minister-President,

De Minister van Algemene zaken en van Binnenlandse Zaken,
w.g. Emanuels
(Mr. S.D. Emanuels)

De Minister van Justitie en Politie,
w.g. Shriemisier
(H. Shriemisier)

De Minister van Financien
w.g. J. Sedney
(Dr. J. Sedney)

De Minister van Economische Zaken
w.g. P.A.M. Van Philips
(Dr. P.A.M. Van Philips)

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
w.g. E.M.L. Ensberg
(E.M.L. Ensberg)

De Minister van Onderwijs en Volksontwikkeling,
w.g. A.J. Mopurgo
(A.J. Mopurgo)

De Minister van Landbouw, Veeteelt, en Visserij,
w.g. Rambaran Mishre
(Dr. S. Rambaran Mishre)

De Minister van Opbouw,
w.g. F.E. Essed
(Dr. Ir. F.E. Essed)

De Minister van Openbare Werken en Verkeer,
w.g. De Miranda
(V.M. De Miranda)

DE GOUVERNEUR VAN SURINAME,
w.g. Van Tilburg
(J. Van Tilburg)

 

 

 


Aanvullingen op bronnen door Pinasroots

 

(klik hier voor alle aanvullingen op Topibo)

 

Maandelijkse Nederlandsche Mercurius, Volume 30, pagina 60

 
Obligatien (Twee) ten lasten van Mr Carel Neering Bögel en Susanna Maria Nepveu, Echte Lieden, onder verband van de Plantagien Vrouwen Vlyt, de Hulp en Montauban, het Huis aan het Fort, en de Plantagie Topibo, te Surinamen, in blanco ged 1 July 1776 rent (en betaald wordende) 5 pt ieder f 1000,- 94 1/4 pt
D. Stephan

 

Topibo in Surinaamse Almanakken

Surinaamsche Almanak v.h. jaar akkers product  Eigenaren  Directeur  Administrateur 
1793    Hout  boedel W.I. Klint     
1820 (1819)     " S. Abendanon  H.A. Samsan  S. Abendanon 
1825 (1824)     "  J.H. Franke  J.H. Franke  J.H. Franke 
1827 (1826)     " " " "
1828 (1827)     " J.H. Francke J.G. Snebeling  J.H. Francke 
1829 (1828)  1300  " " " "
1830 (1829)   "  "  " J.H. Francke  "
1832 (1831)  "  " " J.G. Snebeling "
1833 (1832)  "  " " " "
1834 (1833) 1800  " H. Schouten  - H. Schouten, H. Klint en J. Zaal
1835 (1834) 1300  " Aan plantage Onverwacht   -   - 
1836 (1835) 1800  " H. Schouten  -  H. Schouten, H. Klint en J. Zaal
1837 (1836)  "  "  "  -   "
1838 (1837)  "  "  "  -   "
1839 (1838)  "  "  "  -  "
1840 (1839)  "  " H. Schouten P. vd Meer H. Schouten
1841 (1840)  "  "  "  "  "
1842 (1841)  "  "  "  "  "
1843 (1842)   "  "  "  zie Onverwacht [H.W. Buillab]  -
1845 (1844)  "  "  "  "  -
1846 (1845)  "  "  "  "  -
1847 (1846)  "  "  "  "  -

 

"Naauwkeurige naamlyst der plaagien en gronden, in de colonie Suriname". Kroe, Albert van der Amsterdam, 1758-1803, 1784.
Para Creecq. TOPIBO. Beestegrond.
Eigenaars: Boedel A. Nepveu
Administrateurs: F.E. Becker

Surinaamsche courant. Paramaribo, 02-05-1833.
(16842) De Exploicteur, bij het Geregtshof te Suriname, zal Vrijdag den derden Mei 1833 des morgen negen uren, ter Kastelenije van gemeid Geregtshof, publiek bij Executie verkoopen:
De GROND Topibo, cum annex, aan de Para Kreek , aankomende J.H. FRANKE.

Surinaamsche courant. Paramaribo, 24-06-1833
Transporten 19 juni 1833
aan H. Schouten, voor den Houtgrond Onverwagt, van den Grond Topibo aan de Parakreek, aangekomen hebbende J.H. Franke

Surinaamsche courant. Paramaribo, 07-08-1833.
EDICTALE CITATIE.
(28283) De Exploicteur bij bet Geregtshof te Suriname, dagvaard bij alle bekends en onbekende Crediteuren van de navolgende Personen , als :...
Van J. H. FRANKE, wegens het provenue van op den 5 Mei 1833, bij Excutie verkochte Grond Topibo; aangekomen hebbende J.H. FRANKE.

Surinaamsche courant : letterkundig dagblad. Paramaribo, 07-04-1841
Johan Henrich Francke,overleden 26 februari 1841, 73 jaar, gepensioneerde Majoor Titulair bij de Kompagnie Koloniale Guides.

Surinaamsche courant. Paramaribo, 06-11-1842.  
De Administrateur van Financien, zal op aanstaande Vrijdag den 11den dezer, des morgens ten negen ure, door-en ten huize van den Vendumeester M. A. KEIJSER, publiek doen verkoopen: een ERF, gelegen aan de Drambrandersgracht, bekend onder La. E. No. 113, behoorende aan den Boedel wijlen den gepensioneerden Majoor J. H. FRANCKE, op de konditien en voorwaarden, welke bij voornoemden Vendumeester ter lezing liggen. Paramaribo , den 4 November 1842. De Administrateur voornoemd, Ch. LEERS

Surinaamsche courant. Paramaribo, 13-11-1842.
Ter Kastelenije van het Geregtshof.
Door- en ten huize van den Vendumeester M.A. KEIJSER. Vrijdag. 11 November 1842. Het ERF, aan de Drambranders Gracht, La. E. No. 113, aankomende d n Boedel wijlen den gepensioneerden Majoor J.H. FRANCKE --- f105. AMELIA HENDRINA FRANCKE. 

Almanak voor de Nederlandsche West-Indische bezittingen, en de kust van Guinea. Jaargang 1856
Plantage is verlaten

Nationaal Archief, Den Haag, Suriname: Onbeheerde Boedels en Wezen, nummer toegang 1.05.11.13, inventarisnummer 2475 - Schouten, Elisabeth Christina, 1828 - 1876 (*)
18 juni 1856: De helft van Topibo behorende bij de boedel van Elisabeth Christina Schouten

Surinaamsche courant en Gouvernements advertentie blad. Paramaribo, 17-11-1864. 
Pro Justitia
Op den zestienden November des jaars achttien honderd vier en zestig , heb ik David Fernandes, Deurwaarder, bij het Collegie van Kleine Zaken, ter requisitie van den procureur Generaal, gedagvaard:
den onbekenden eigenaar of eigenaren van den grond Topibo, gelegen in het district Boven Para,
Om te verschijnen voor gemeld Collegie op Dingsdag den zeventienden Januarij 1800 vijf en zestig (1865), des voormiddags om negen uren
ten einde aldaar teregt te staan ter zake , dat blijkens een procesverbaal door den districtscommissaris en eenen sergeant bij de gewapende burgermagt opgemaakt den eersten September 1800 vier en zestig ,is bevonden, dat de communicatie te water of langs genoemden grond zeer slecht was, zijnde de zoogenaamde bieriebierie of watergras daarin zoodanig op gegroeid, dat de gang van het vaartuig veelal bemoeijelijkt werd.
Zullende bij niet verschijning der gedaagden ten bepaalden regtsdage en ure tegen dezelve op den voet en wijze als bij art. 4 en 5 der Publicatie van 1850 (G. B. No. 16), is voorgeschreven, worden voortgeprocedeerd.
En heb ik voorts afschriften van deze daging aangeplakt aan het gebouw waarin bovengemeld College zijne teregtzitting houdt en ter drukkerij van de Surinaamsche Courant en Gouvernements Advertentie Blad bezorgd , ten einde in het eerst uitkomend nummer van hetzelve blad geplaatst te worden.
De Deurwaarder voornoemd , D. FERNANDES

Surinaamsche courant en Gouvernements advertentie blad. Paramaribo, 04-05-1865.
Pro Justitia.
De Exploicteur bij het Geregtshof in de kolonie Suriname, zal op Vrijdag den 5 Mei 1865, des voormiddagsom half negen ure, publiekelijk bij Executie verkoopen : Den grond Topibo, gelegen in het District Boven Para.
Paramaribo, den l Mei 1865. J.A.A. Salomons

Surinaamsche courant en Gouvernements advertentie blad. Paramaribo, 06-05-1865
Publieke Veilingen
VRIJDAG, den 5 Mei 1865. Ter kastelenije van het Geregtshof. De grond Topibo, gelegen in het District Boven Para.— f 384—  J. J. Heijdoorn.

Surinaamsche courant en Gouvernements advertentie blad. Paramaribo, 20-06-1865.
Opgegeven Transporten.
(9476) Den 17den Junij 1865.
De Exploicteur aan J.J. Heijdorn van den grond Topibo, gelegen in het district Boven Para.

Surinaamsche courant en Gouvernements advertentie blad. Paramaribo, 03-03-1868, p. 1.
(2214) De Exploicteur bij het Geregtshof in de kolonie Suriname, zal op Vrijdag den 6n Maart 1868. des voormiddags om half negen ure, pubiekelijk bij executie verkoopen:
Den grond Topibo c.a. gelegen in het district Para, aankomende J.J. Heijdorn

Zie ook: De menschetende aanbidders der zonneslang (F.P. Penard en A.P. Penard, 1907)F.P. Penard en A.P. Penard, 1907)

Legende van Arimoribo.

‘De hoofdplaats van Arimoribo (Jonkman?) bevond zich waar hans Paramaribo ligt, terwijl hij zelf woonde juist ter plaatse, welke thans door het gouvernementshuis wordt ingenomen. Een kreek bij de stad, waar het gros van Arimoribo's onderzaten woonde, heette Parimoribo. Of dit juist is, moeten wij betwijfelen. Vooreerst is jonkman in het Arowaksch: Tiekiedolietsi en geen arimoribo. Inderdaad, volgens de Arowakken, die wij ondervraagd hebben, behoort dit laatste woord niet in hun taal; het zou Caraïbisch of Warausch zijn. Toch is de vergissing begrijpelijk, want op de vraag: ‘wie was Arimoribo’ luidt het antwoord steeds: hij was een jonkman.
Het ontbrak Arimoribo geenszins aan krijgsvolk. Op zijn wenk slechts grepen alle Arowakken naar de wapenen. Maar dit mocht eerst gebeuren nadat de Piaaiman de geesten had opgeroepen.
Omstreeks dezen tijd was er een groot feest in de hoofdplaats juist ter plaatse waar thans het fort Zeelandia ligt. Onder de bedwelming van het feestvermaak begon de gebruikelijke schildwacht een houten raaf op een staak, eensklaps te weeklagen.
Allen sprongen op en ziet.... op de rivier naderden schepen met zeilen van ongekende grootte.
De Indianen, eer verbaasd dan bevreesd, wisten niet wat van deze dingen te denken, doch de wijzeren besloten ten laatste, dat het vleermuizen waren.
Maar die Vleermuizen naderden en weldra bleek het, dat ze soldaten inhielden, en vuurwapenen tevens.
De Piaaimannen togen aan het werk en zoo krachtig waren hunne bezweringen dat drie schepen ervan zonken. Toch moesten de Roodhuiden, ondanks ze zich dapper weerden, weder in hunne bosschen terugtrekken.
Van dien tijd af dagteekent het dat ze zich in onderaardsche woningen zooals b.v. op Onoribo en Topibo gingen verschuilen. Die woningen echter bestonden reeds lang te voren en hadden toen een geheel andere bestemming. Want de seizoenen waren niet zooals ze thans zijn wijl telkens als de droge tijd aanbrak een koude over de wereld heerschte, zoodat de voorvaderen der Arowakken verplicht waren die holen te graven om zich voor de koude te dekken. Een andere legende luidt dat in die holen, vooral in Topibo, de Hoelioe of Slangegeest woonde, die evenwel na de komst der blanken zich in de wateren terugtrok.
Het geheele verhaal is zinnebeeldig. Zoo was de raaf of Ara die alarm maakte misschien een werkelijke schildwacht, terwijl de Vleermuizen de Bloedgeesten voorstelden, die den door de Piaaimannen opgeroepen Slangegeest tot den terugtocht noodzaakte. Het geheel vormt dus een zinnebeeldig gevecht tusschen onbereikbare bloeddrinkende Vleermuizen en Slangen En wat kan de Slang uitrichten tegen de Vleermuis, die zij niet kan omkronkelen?
Ook de koude, die over de Wereld ging is denkelijk een zinnebeeldige voorstelling van de vrees, die de voorvaderen der Arowakken beving voor vijanden, die geregeld elk jaar tegen het droge seizoen kwamen aanzetten. Nemen wij echter de Caraïbische uitlegging van den naam in aanmerking dan was Onoli of Tijgervogel een bloeddorstig mensch bezield door den Jaguargeest. Hij woonde te Onoribo, hoewel dit laatste woord ook kan beduiden Onone-irobo (hier is Onone).
Deze legende doelt vermoedelijk op een historisch feit, misschien wel het wegdrijven der Engelschen uit de Commewijne en de Suriname-rivier in het jaar 1626.
Behalve Arimoribo onderscheidde vooral de beroemde Arowak Jorobodie zich door een onverzoenlijken haat tegen de blanken. Zijn portret, zeggen de Arowakken, prijkt nog op het Surinaamsche Wapenschild boven het gouvernementshuis, hoewel kapitein Pierre van de Jodensavanne met evenveel recht beweert, dat het zijne voorvaderen waren, die bij de aankomst der blanken woonden ter plaatse waar thans Paramaribo staat. Er zouden zelfs in het archief alhier kaleta-ke-mere (papier met schrift) bestaan om dit te bewijzen. Ook de Caraïben van andere rivieren gelooven algemeen aan deze legende.