Links naar informatie over oude landkaarten van Suriname.

 

Links naar archieven met landkaarten.

 


 

 door te klikken op de foto wordt u doorgelinkt naar het archiefstuk

 

ca 1667
(JC Brown Library)
The Blathwayt Atlas
is a collection of 48 maps assembled between 1680 and 1685 as a reference atlas for the Office of Trade and Plantations, compiled by William Blathwayt, Secretary to the Lords of Trade and Plantations.
 

1667 - A Discription of the Coleny of Surranam in Guiana Drawne in the Yeare 1667 (JCB C-0028)Black, J.D., ed. Blathwayt Atlas, vol. II, p. 199-202
A Discription of the Coleny of Surranam in Guiana Drawne in the Yeare 1667

This map was not a part of the Blathwayt Atlas, although a manuscript map of the Surinam and Commewijne rivers from that Atlas closely resembles this one (see 8189-38), but probably was made after it. This map is drawn in the style of the Thames school and is of an irregular shape.


 

na 1667 - Surinam and Commewijne rivers - Cabinet Blathwayt 38 (JCB 8189-38) Black, J.D., ed. Blathwayt Atlas, vol. II, p. 199-202

The copyist of this map was almost certainly Dutch and was probably copying an English map made not long after the Dutch 1667 conquest.

 

na 1667 - Mogge - planters van 1671 - Cabinet Blathwayt 39 (JCB 8189-39)Black, J.D., ed. Blathwayt Atlas, vol. II, p. 203-206
Caerte ofte vertooninge vande Rivieren van Suriname en commenwijne met verscheyde Creken uyt deselue spruijtende als Para Surinoo en cotteca ende Ander meergelyck die nu tegen woordich bewoont verden

This map was probably made by a Dutch surveyor, Willem Mogge, who was sent to Surinam in the ship that carried the news of the Treaty of Breda which assigned Surinam to the Dutch.

(vermoedelijk van) Willem Mogge, met planters van 1671. Een aantal Engelsen hadden Suriname verlaten dus er staan minder planters (100) op dan op de kaart van 1667 (107).

1675 Thornton
(JCB Library)

1675 John Thornton - A New Draught of Surranam upon the coast of Guianna (JCB C-6709)John Thornton
A New Draught of Surranam upon the coast of Guianna

1677 Mogge  1677 kaart Suriname Mogge.gifKaart gebaseerd op de kaart van Willem Mogge, uit 1677 ondertekend met C. Craandijk (bron: Jewish Plantations, Publiek domein, Link)
1708 Augury 1708 Augury Para (Suriname Heritage)Suriname Heritage: Para
Zie ook Nationaal Archief, Den Haag, Verzameling Buitenlandse Kaarten Leupe: Eerste Supplement, nummer toegang 4.VELH, inventarisnummer 591
1713 Ottens
(Rijksmuseum + VUA)

1713 Ottens (Rijksmuseum NG 501 94)Op de kaart is de oude stad Thorarica/Torarica op een verkeerde locatie aangegeven. Thorarica bevond zich waar op de kaart van Lavaux 1757 "Zandpunt" bevindt, op de kaart van Moseberg 1801 plantage Overbrug.
Dit is beschreven door J.W.C. Ort 

1715 Walraven (GaHetNa) NA 1715 WalravenKaart gebaseerd op de Labadistenkaart uit 1686.

Titel Leupe: "Kaart van de Suriname-, Commewijne- en Cottica-rivieren met aanliggende plantages."
De ‘Zeekere Tekening’ waarvan de Amsterdamse landmeter Maurits Walraven in de verklaring bij zijn ‘Caart van Surinamen’ uit 1715 op blad 216 melding maakt, betreft de zogenoemde labadistenkaart uit 1686, die tot omstreeks 1920 deel uitmaakte van de collectie van de Koloniale Bibliotheek in Paramaribo. Die originele kaart is sindsdien verloren gegaan, zodat de hier gereproduceerde kopieversie nu de enige nog bestaande weergave is van deze vroege verkenning van het oostelijke deel van Suriname. In 1684 kwam een groep labadisten, volgelingen van de voormalige jezuïet Jean de Labadie, uit hun woongemeenschap te Wiewerd in Friesland op uitnodiging van gouverneur Van Sommelsdijck over naar Suriname. Zij vestigden zich in een afgelegen eigen nederzetting aan de oostoever van de Surinamerivier op een kleine 100 kilometer stroomopwaarts van Paramaribo, die de naam La Providence (De Voorzienigheid) kreeg. De gronden daar bleken echter minder geschikt voor de landbouw, waarop een aantal sekteleden in 1686 een uitgebreide verkenningstocht door de kolonie ondernam om elders een betere locatie te zoeken. De resultaten werden vastgelegd in de genoemde kaart, die overigens waarschijnlijk ook ten dele is gebaseerd op die van Willem Mogge (MARITIEM MUSEUM ROTTERDAM, K119). Op de labadistenkaart komt onder meer de vroegste vermelding van de nieuwe forten Para en Commewijne (later Sommelsdijck) voor, maar La Providence zelf ontbreekt opmerkelijk genoeg. De nederzetting met de omringende plantage werd uiteindelijk in 1719 verkocht, na het definitieve uiteenvallen van de labadistengemeenschap.
Het noorden is onder.
[Bron: Atlas of Mutual Heritage]
<1718 Ottens   VU 1718 ottens Vrije Universiteit Amsterdam
1737 Lavaux
(Rijksmuseum)
1737 Lavaux (Rijksmuseum NG 539)Op de kaart zijn ca. 400 plantages aangegeven.
1757 Lavaux
(Rijksmuseum)
1737-1757 - Algemene kaart van Suriname, Alexander de Lavaux (Rijksmuseum NG-478)Algemene kaart (Dit is de eerste editie door H. de Leth, kort na 1737 (originele kaart) gepubliceerd. In tegenstelling tot latere edities geen inzet met plattegrond van Paramaribo. Wordt ook wel de kleine Lavaux genoemd.)
1758 Lavaux 
(JCB Library)
JCB C-6860 1758 Lavauxmet inzet Paramaribo

Tevens in te zien / te downloaden op het Geheugen van Nederland
1770
(JCB Library)
1770 Nieuwe kaart van de colonie van Suriname, met alle derzelver rivieren, kreeken enz. Fermin - van der Plaats (JCB 04050-1)Nieuwe kaart van de colonie van Suriname, met alle derzelver rivieren, kreeken enz. (Fermin / van der Plaats jr.) Behoort bij Nieuwe algemeene beschryving van de colonie Suriname, Fermin 1770

Tevens in te zien/ te downloaden op het Geheugen van Nederland
1770 Schley 
(JCB Library)

JCB 1770 schley Caart van SurinameJacobus van der Schley
Caart van Suriname 

Legenda:
*. Posten
A. Weglopers Dorpen verbrand.
B. Bevreedigde Negers van Tempati.
C. De Groote geprojecteerde Oranje Weg.

1801 Moseberg (Geheugen van Nederland) GVN Moseberg 1801 1AGVN Moseberg 1801 4
GVN Moseberg 1801 2GVN Moseberg 1801 3
1835 Mabé 1835 Mabe- Generale kaart der kolonie Suriname : hoofdzakelijk voorstellende de tegenwoordige bebouwing dier kolonie (SURI01 KAARTENZL 26 34 03)Behoort oorspronkelijk bij het werk 'De landbouw in de kolonie Suriname' door landbouwkundige M.D. Teenstra. Die publicatie schenkt speciale aandacht aan het verval van de plantages.
Rosevelt en Lansberge 1882 (Geheugen van Nederland) Meerdere kaarten van Rosevelt & Lansberge beschikbaarurn gvn SURI01 KAARTENZL 29 01 10 medium
1930 Bakhuis Quant 1930 bakhuis quant 

 

 

J.W.C. Ort

Geschiedkundige snippers I: De ligging van Thorarica (De West : nieuwsblad uit en voor Suriname 03-02-1920)De West : nieuwsblad uit en voor Suriname 03-02-1920) 

Niet Paramaribo, waar aanvankelijk slechts een fort zich bevond, was de hoofdstad van de Engelsche Kolonie Suriname, die 27 Februari 1667 door Abraham Crijnssen voor Zeeland werd veroverd, maar een hooger de Suriname-rivier op gelegen plaats, Thorarica geheeten.
Deze naam Thorarica, die oudtijds ook op velerlei andere wijze werd gespeld bv. Torarica is natuurlijk de weerklank van een ouden inlandschen indiaanschen naam.
De Engelschen hadden aan het onderdeel der Kolonie, waarin deze hoofdstad Thorarica lag en, volgens Hartsinck (1) ook aan de hoofdstad zelf, een nieuwen eigennaam, Santo Bridges, gegeven, die evenwel terstond na de komst der Zeeuwen blijkt te zijn in onbruik geraakt.
De oudere naam Thorarica daarentegen bleef bestaan, zoowel voor het stadje — zoolang dit nog niet geheel verdwenen was, als voor de divisie waarin het eenmaal gelegen had tot het jaar 1863 toe.
Nu is deze oude Surinaamsche aardrijkskundige naam bijna geheel in vergetelheid geraakt. De divisie Thorarica, vroeger immers als de eerste onder de divisies genoemd, ging op in het district Boven-Suriname; het stadje was reeds lang geheel ondergegaan. Daar, waar in 1665 volgens het bericht van den Engelschman Warren, behalve Gouvernements gebouw en kerk honderd woningen hadden geslaan, vonden de geschiedschrijvers van het laatst der 18 de eeuw, Pistorius en Hartsinck, zoogoed als niets meer. En na Hartsinckwiens werk in 1770 verscheen, wordt er geen enkel bericht meer over het plaatsje Thorarica aangetroffen. Het is van den aardbodem, en van de kaart, verdwenen. De nieuwe hoofdstad Paramaribo had het snel overvleugeld en langzaam den dood aangedaan.
Bij den loop der geschiedenis heeft men zich neer te leggen. Doch 't is wel jammer, dat de naam en de oude tijd waaraan deze naam herrinnert, zóó algemeen vergeten zijn. Behoorden de kinderen van Suriname de geschiedenis van de oude hoofdstad niet allen te kennen? Nu weten zelfs de menschen, die de plaats van het oude Thorarica bezitten, en bewonen, niet, op welk historisch belangrijk plekje zij gevestigd zijn.
Maar het ergste, van het standpunt van den geschiedvorscher uit beoordeeld, is dit: dat zich in Nederland (2) en in de kolonie een geheel onjuiste overlevering gevormd heeft omtrent de plaats, waar Thorarica heeft gelegen. Slaan wij de Encyclopaedie van Ned. West- Indië op, dan lezen wij daar, onder het woord Thorarica : „De plaats lag aan den linkeroever der Suriname-rivier, waar men thans de plantage Waterland vindt."
Men kan gerust zeggen, dat een ieder, die nog iets van het vroegere bestaan van thorarica vernomen heeft,' evenals de aangehaalde Encyclopaedie meent, dal het stadje Thorarica lag op de plaats van Waterland. Vragen wij evenwel na, waarop deze meening berust, dan worden wij verwezen òf naar twijfelachtige mondelinge overleveringen òf naar eenige oudere schriftelijke berichten. Van Sijpenstein Beschrijving van Suriname 1854 blz. 3 vermeldt „het vlek Thorarica op de plaats waar nu de plantage Waterland is gelegen." Mr J. J. Hartsinck. Beschrijving 1770 II bez 552 geeft deze opsomming: „Tuinhuizen .... Banister kreek .... voorheen lag hier omtrent Torarica."
Hier in het bericht van Hartsinck, is echter een fout geslopen. Hoe kwam hij er aan, dat bij de Banisterkreek (is ongeveer plantage Waterland) Torarica heeft gelegen? Er was, deelt hij mede, niets meer van te zien! „Voorheen lag", „doch is thans vervallen." Had Hartsinck de gelegenheid gehad, de plaatsen te zien waarover hij schreef, — hij is niet in de Kolonie geweest, doch beschikte over belangrijke stukken en andere schriftelijke bronnen — dan had hij zijn fout zeker niet gemaakt. Want zelf schrijft hij als volgt over een andere, dus tweede, vervallen plaats, aan denzelfden oever hooger de rivier op: „Vervolgens maakt de rivier een groote bocht (men begrijpt: de bocht van Chatillon. - O.) en keert zich naar het Noord Oosten en voorts Zuidelijk tot aan het dorp de Zandpunt geheeten, daar eenige ingezetenen in 't begin der Kolonie gewoond hebben en ook een keik is geweest, doch waar van weinig of geen bewijs meer te vinden is: ook gingen de schepen aldaar toen gemeenlijk ten anker liggen, nu is daar een plantagie welke de Heer Gouverneur Mauricius bezeeten en La Simplicité genoemd doch naderhand verkocht heeft. Weinig boven deeze punt stort zich, ten westen de Separipabo-kreek in de rivier."
Welnu: dit dorp „de Zandpunt", waarvan weinig of niets meer te vinden was in Hartsincks tijd, dit was Thorarica. „De Zandpunt" is eenvoudig de hollandsche naam voor het plaatsje; de naam komt in de oude papieren telkenmale voor.
Kort voor Hartsinck had Pistorius ook eene „Beschrijving van Zuriname 1763„ uit gegeven. Dit werk is minder omvangrijk en belangrijk en ook minder bekend dan dat van Hartsinck. In de zaak, die ons ditmaal bezighoudt, is, het niet zonder beteckenis, dat Pistorius wel de Kolonie bezocht heeft. Hoe beschrijft hij nu een reis de Suriname op? Hij noemt achtereenvolgens : „eenige uren boven Para, de Banisterkreek", „verder opvarende nog een andere kreek van weinig belang" „dan Torarica, mede van gering aanzien, wordende meerendeels bewoond van arbeidslieden, planters en joden". Zóóveel blijkt ten minste wel uit deze beschrijving, dat de Banisterkreek en het stadje Thorarica niet dezelfde aardrijkskundige ligging hebben. De verstandige lezer begrijpt dat „de Zandpunt" met Torarica bedoeld wordt.
Hoe Hartsinck tot zijn fout kwam, willen wij hier niet onderzoeken. Dit is zeker, dat zijn fout overgenomen in door alle latere schrijvers. Er schijnen omstandigheden te zijn geweest, die er toe konden medewerken om juist plantage Waterland met de traditifin van het oude Thorarica te vereeren.
Doch uit alle bescheiden, die ouder zijn dan Hartsincks werk, en vooral uit de kaarten, blijkt voor elk die er een oog in slaat (toch wonderlijk.dat dit niet meer met de noodige aandacht geschied is!) ten duidelijkste, dat Thorarica hetzelfde is als „de Zandpunt" en lag een weinig beneden de Siparipabo-kreek, bij Simplicité.
Hartsinck heeft van „Zandpunt" en „Thorarica" twee dorpen gemaakt.
Voor twijfelaars geeft de oudste hollandsche kaart der Kolonie, uit het jaar 1671 afgedrukt in het Tijdschrift van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap Deel x x x 1913 blz 42, waarop de naam der stad „Torarica" voorkomt, spoedig den doorslag.
Bezoekt men de plek, waar eenmaal Thorarica lag, de baai in den linker Suriname-oever voorbij „Simplicité", dan ziet men licht in, hoe goed deze plaats door de eerste kolonisten in verband met hun omstandigheden gekozen was. Mijlen ver de rivier op, en dus niet door binnenvarende vijanden te overvallen. Een prachtige baai, waar de schepen ter reede konden liggen, herstellingen ondergaan en benevens hun lading ook zoet water innemen. De plantages, vanwaar de lading komen moest, had men nog hooger op gevestigd.
Als de voorstad dezer landbouw kolonie lag Thorarica daar, aan den oever, met zijn kerk en gouverneurswoning en honderd huizen aan den, took daar reeds zoo genoemden „Waterkant".
J.W.C. ORT.

(1) Beschrijving. II blz 572 "het sieedje Torarica ook genaamd Santo Bridges.
(2) Juist is het, alleen op oudere traditie en niet op de foutieve jongere nederlandsche overlevering gebaseerde, Engelsche bericht bij Rodway 1888 „Tararica on the sites of whatarenow Overburg and Watervlied".

 

Geschiedkundige snippers II: Oude kaarten van Suriname (De West : nieuwsblad uit en voor Suriname 13-04-1920)

Verwees mijn vorig artikel den lezer voor het bekomen van zekerheid omtrent de juiste ligging van het stadje Thorarica, ten slotte naar de oudste bekende kaart van Suriname, die de heer F. C. Muller in het Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap (15 Jan. 1913 blz. 42) heeft gepubliceerd, dit moet niemand zoo opvatten alsof men hier in Suriname geen andere kaarten tot zijn beschikking zou hebben, wanneer men zich voor de oude geschiedenis van de kolonie mocht interesseeren.
Menige Surinamer, wien in de Leeszaal te Georgetown in Demerara met hoffelijkheid kaarten van zijn kolonie worden voorgelegd, komt in de meening dat men hier niet bezit wat men daar kan toonen. Ten onrechte! De Koloniale BibliotheeK heeft ook haar bezienswaardigheden.
Ik noodig den lezer uit, eerst in onze onmisbare vraagbaak, de „Encyclopaedie van Ned. West. Indië" het woord „Zee- en Landkaarten" op te slaan. Daar treffen wij, in de chronologische rangschikking, na twee kaarten „van Mogge, die - dateerend uit de jaren 1671 - en 1677 - met 1 en 2 genummerd zijn, als No. 3 vermeld aan: een „Landkaart van de Landstreeken Cottica, Comowini en Suriname, alles nauwkeurig afgeteekend door A. Maars", verschenen in het boek van J. D. Herlein: Beschrijving van de Volkplantingen Suriname. Leeuwarden 1718.
Het laatstgenoemde werk is in de Kol. Bibliotheek aanwezig en de kaart daarin te vinden. Hebben we ze opengevouwen en ingekeken, dan wordt onze belangstelling voor de geschiedenis van de Kolonie althans toch wel even geprikkeld.
Immers, verscheidene dingen treffen den opmerkzamen beschouwer van deze kaart. Bijv. heet daar niet alleen de Cottica, maar ook de Perica „Cotticastroom". De Motkreek draagt den naam van „Cottera-stroom"; dicht bij zee, aan den westelijken oever, ligt evenwel een plantage, waarvan Mot als eigenaar vermeld staat. Onder de andere plantersnamen vinden wij natuurlijk verscheidene van bekende Israëlitische families: Nassy, da Costa, de Silva, de Pina, la Parra. Eigenaardig is de naam Makertof (fout over geschreven of gezet, voor Makertos, met lange s aan het eind) aan de Commewijne; den neger-engelschen naam „makentossoe" kent de volksmond nog voor de plantage, later Fairfield geheeten.
Zijn dit enkele voorbeelden van vele dingen, die de aandacht gaande houden, des lezers blik is misschien afgedwaald naar het stadje Thorarica. Dat zal men terstond vinden : een kerk en eenige huizen zijn er geteekend. Slechts dit moge ik er aan toevoegen : volgens deze kaart ligt Thorarica een heel eind hooger de Suriname op een ondiepte, die zich uitstrekt over een groot deel der "breedte van de rivier (nu bij Goede Vrede); en recht tegenover een ondiepte die wij gemakkelijk herkennen als de zandbank tegen den rechteroever aangelegen, waarnaar het tegenovergelegen Zandpunt genoemd is.
Het preciese jaartal waarvan wij den toestand in deze kaart van Maars weerspiegeld zien, waag ik niet te gissen. Houden wij er rekening mee, dat het fort Cottica er wel op voorkomt (1686 begonnen) en de kerk in Commewijne (gesticht in 1688) niet, dan moeten wij de kaart dateeren 1686/88. Zoo eenvoudig en zoo zeker is dat echter niet! Een kaart behoeft niet volledig te zijn. Gegevens van een oude kaart kunnen ook met nieuwe gegevens op een nieuwe kaart zijn te zamen gevoegd. Op een oude kaart kunnen nieuwere gegevens zijn bijgeteekend, alvorens de nieuwe uitgave in druk verscheen. Het laatste is, dunkt mij, zeker wel het geval met de "Nieuwe kaart van Suriname, vertonende de stromen en landstreken van Suriname, Comowini, Cottica en Marawini... , met nauwkeurige aanwijzinge van alle de steden, sterktens en Plantagien mitsgaders de diepte der Stroomen en Banken volgens de nieuwste waarnemingen. "F. Amsterdam bij J. Ottens" (zonder jaartal).
Een deel van deze kaart, in de Encyclopaedie t.a.p. onder 5 genoemd, is in de Kol. Bib), te vinden, afgedrukt in het werkje van Prof. Richard Gottheil: Contributions to the History of the Jews in Surinam. From The Publications of the American Jewish Historical Society, No 9. 1901. De schrijver acht de kaart eenige jaren jonger dan die van A. de Lavaux en dateert zé 1750 - 1780. Dit is klaarblijkelijk een vergissing. Reeds het Fort Nieuw Amsterdam (1734—1747 gebouwd) komt op de kaart bij Gottheil niet voor. Een vergelijking met de kaart van Maars, hierboven gesproken, maakt het al dadelijk meer dan waarschijnlijk, dat beide kaarten ten nauwste aan elkaar verwant zijn. De grootte is gelijk. De teekening, waaróp beide berusten, is, tot in onderdeelen dezelfde eigenaardig onnauwkeurige. Zijn beide kaarten ook ongeveer tot het jaar 1687 bijgewerkt, een verschil is dat de kaart van Gottheil namen opgeeft van vele jaren vroeger voorkomend o. a. op de kaarten van 1671 en 1677 - die evenwel Maars weer niet vermeldt. Heeft Maars hier correctie aangebracht? Daarentegen heeft de kaart van Gottheil b.v. weer ter plaatse waar Maars den planter Mot neerzet, de verbetering "Batterij en Wachthuis".
Beide oude kaarten zijn m.i., daar ze oudere en nieuwere gegevens vereenigen, met voorzichtigheid te gebruiken, maar dan ook van niet geringe geschiedkundige waarde.
Een derde kaart, in de Kol. Bibliotheek te vinden, is een handschrift, niet vermeld in de Encyclopaedie. Door de goede zorg van den bibliothecaris is het belangiijke kaartje, waar namen op voor komen, die - bij mijn weten - nergens elders staan opgeteekend, behoorlijk opgeplakt en voor verder bederf behoed. In gevolge de juiste aanwijzing van den heer J. A. Polak is er met potlood de datum 1683-1688 op geschreven. Het komt mij voor, dat dit kaartje eigenlijk behoort bij een eveneens in de Kol. Bibliotheek aanwezig handschrift van een reisbeschrijving, waar over ik ter deze plaatse den belangstellenden lezer spoedig meer hoop te kunnen mededeelen.
JWC Ort

 

Zie verder ook H.C. van Renselaar: Oude kaarten van Suriname (1966)