Philip Dikland (van KDV architects) stuurde ons in oktober 2008 de vertaling van een brief van Petrus Francois Pinas uit 1881.
Hij was dit tegengekomen op de tentoonstelling "na ondro masra parasoro" in het fort Zeelandia. De brief komt uit het EBG archief te Hernnhut en het origineel is in het sranang.

De brief is gericht aan een EBG zendeling en betreft de zorg van Petrus Francois Pinas over het geloof op plantage Topibo in 1881.
Dit is een zeer uniek stuk!

Wederom, onze hartelijke dank aan Philip Dikland!

 

Topibo, 4 September 1881,

Ik en mijn gehele huis sturen aan u, grote zendeling, de zeer hartelijke groeten in de Heer. Ook de andere Broeders en Zusters sturen u en uw familie de groeten.
Hartelijk dank aan u. Vergeet ons niet in uw gebeden, vooral onze gemeente hier in Para niet, want onze gemeente is zo apart dat ik het niet kan vertellen.

Ik houd hier iedere zondag een beetje kerk in de naam van de Heer. Ik neem woorden van de dagtekst, zoals de Heer mij de gelegenheid geeft die te verstaan en ik doe wat ik kan doen. Maar vaak moet ik met verdriet voor de Heer staan en huilen om te zien hoe zwak het geloof is.
Hier in mijn dorp zijn de meeste mensen voor de kerk getrouwd, voor het uiterlijke, maar wat de ziel betreft zijn zij leeg. Mocht de Heer komen dan zouden zij met zekerheid als een arme zondaar roepen “Ach Heer, uzelf hebt gezien dat ik spijt heb over mijn zonden en verheugt mij om u te zien, omdat ik in tranen ben”.  
Zo verlang ik om voor de Heer te zeggen : “Ach er ontbreekt nog veel in ons om te verkrijgen”.
Om eerlijk te zijn, wij zijn christenen, maar met weinig hoop. Maar op de zondag geef ik catechesatie aan de mensen van Onoribo en Onverwacht. En hier op Topibo spreek ik zoals de Heer mij de gelegenheid daartoe geeft.
Maar de mensen hier in Topibo die het voorrecht hebben dat wij elke zondag voor het aangezicht van de Heer kunnen komen, zijn als waar het woord van de Heer is, dat de duivel daar zijn lans tussen gooit. Als ze voor de doop in de leer zijn, treuren ze zo dat het je goed doet ; ze kunnen je zelfs bedriegen. Wanneer zij al gedoopt zijn, dan kun je zeggen dat het slechts bedriegelijk was.

Wat moeten wij doen. De Heer moet ons helpen.

Ik en mijn geliefde familie laten u bedanken voor het portret. Het heeft ons veel plezier gegeven.
Wij verzoeken u de zendeling Van Calker voor ons te groeten, en ook zijn gehele familie. Wij hebben u ook een klein geschenk gestuurd, een hangmat.

Grote Zendeling, vergeet ons niet in uw gebeden.

Ik ben uw arme broeder,
Petrus Francois Pinas.