Een omschrijving van het district Para in 1845.

Bron: Biodiversity Heritage Library
Tijdschrift voor natuurlijke geschiedenis en physiologie, Volume 12
Uitgegeven door J. van der Hoeven en W.H. de Vriese, te Leiden, bij S. en J. Luchtmans, 1845

Ook als pdf te downloaden  

 

pagina's: 163 t/m 184 

UITSTAPJE NAAR HET DISTRICT PARA, IN DE kolonie Suriname.
Uit zijne nagelatene aanteekeningen medegedeeld ,

DOOR

W. H.  de VRIESE

Weinige landen kunnen , wat de weelde en de
verscheidenheid der vegetatie betreft , met Hol-
landsch Guyana vergeleken worden ; de gunstigste
omstandigheden schijnen zich aldaar te vereenigen ,
om aan het plantenrijk dien luister bij te zetten ,
welken men slechts tusschen de keerkringen aan-
treffen kan. — Dit land, gelegen op eenen gerin-
gen afstand van de evennachtslijn , tusschen den
Oceaan en het gebergte, dat hetzelve van Brazilië
scheidt , moet dus eene zeer afwisselende Flora
bezitten ; en wanneer men hierbij voegt een' grond,
welks vruchtbaarheid door geen land op den ge-
heelen aardbodem overtroffen wordt , en eene
gestadige warmte van 80° a 95° Fhr. , gepaard
met eene vochtigheid , van welke men , zelfs in

hat. TijDscnR. D. XII. St. 3 en 4. 12

164

Holland , zicli niet het minste begrip kan vor-
men , — dan zal men zich niet verwonderen ,
dat er, met zulk een klimaat eene onophoudelijke
afwisseling plaats heeft van bloemen en vruchten ,
welke gedurende de regentijden wel vermindert ,
maar nooit geheel en al ophoudt.

Bij mijne aankomst in Suriname , in de maand
November , dat is , op het einde van den grooten
droogen tijd, werd ik al dadelijk gewaar, dat de
meeste gewassen uitgebloeid waren ; en dit was
mij geenszins onaangenaam , aangezien men , door
een te groot aantal geheel nieuwe voorwerpen
te gelijk getroffen , liglt-lijk het hoofd verliest , en
daarbij in de grootste verlegenheid geraakt , niet
wetende, waarmede aan te vangen Ik had zulks,
eenige jaren te voren, ondervonden bij mijne aan-
komst op Sicilië ; maar daar ontbrak het mij
geenszins aan de noodige hulp : — in Suriname
daarentegen was ik spoedig overtuigd , dat voor
mij geen bijstand van dien aard te verwachten
was.

Ik moest dus volstrekt alles doen , en dat nog
wel alleen. Zulks viel mij dikwijls zeer zwaar;
want , om, na , voor het grootste gedeelte van den
dag , in deze verzengde luchtstreek geherboriseerd
te hebben , hetgeen vrij wat beweging vereischt ,
den halven nacht door te brengen met het schik-
ken , etiquetteren en droogen van een steeds aan-
groeijend getal planten ; — zonder te spreken van
de noodzakelijkheid om een' voorldurenden oor-
log te voeren tegen een waar leger van mieren ,

165

kakkerlakken en andere insekten , — daartoe be-
hooren en eene goede gezondheid , en een on-
wankelbare , vaste wil : — beide zijn mij op deze
reis gelukkig steeds bijgebleven.

De eerste maanden van mijn verblijf besteedde
ik aan het bezoeken van eene menigte plantaad-
jes , gelegen aan de Commewyne, de Cottica , de
/'erica-rivier en andere kleinere riviertjes, in dat
gedeelte der Kolonie , hetwelk nog in kuituur ge-
houden wordt. — Overal was de vegetatie over-
heerlijk , ofschoon de regentijd niet het gunstigste
tijdstip zij , om over dezelve te oordeelen : dit
was dan ook grootendeels oorzaak , dat mijne ver-
wachting niet geheel en al vervuld werd : te ver-
geefs zocht ik naar die zonderlinge of die merk-
waardige plantenvormen , welke mij bekend wa-
ren , hetzij door de in Parijs bewaarde rijke ver-
zamelingen uit Cayenne , hetzij door de beschrij-
vingen en de platen van Adblet's , P tantes de la
Guiane franfaise , een werk , hetwelk mij in
de kolonie nooit verlaten heeft , en mij steeds van
het grootste nut is geweest. Met groot verlan-
gen dus zag ik een bezoek van Para te gemoet ,
daar dit distrikt meer binnenlands en hooger gelegen
is dan de mij tot hiertoe bekend geworden streek
langs de Commewyne-rivier , en dewijl hetzelve
daardoor eene andere vegetatie moet opleveren.

In het begin der maand Maart eindelijk , met
den aanvang van den droogen tijd, begaf ik mij ,
in gezelschap van eeuige vrienden , naar het ge-

12»

166

melde distrikt , en het is van dit uitstapje, dat ik
trachten zal eene korte schets te ieveren.

Geheel Para, zoowel als het grootste gedeelte
van Hollandsch Guyana , is overdekt met een on-
begrensd bosch , hier en daar afgebroken door
opene viakten , Savannes genaamd. Over het
algemeen is de grond heuvelachtig , zandig en
somtijds zelfs rotsachtig ; dus zeer verschillend van
die lage en moerassige streken der Comtnewyne ,
alwaar meestal zware klei gevonden wordt, en
waarin ik meer dan eens, bij het herboriseren,
door bosschen wandelde , alwaar 3 a 4 voet wa-
ter stond. — In Europa zouden zulke botanische
uitstapjes niet veel opleveren ; maar geheel anders
is zulks tusschen de keerkringen : de stammen ,
en zelfs de takken der boomen , vooral in zulke
vochtige plaatsen , zijn geheel bekleed met over-
heerlijke gewassen, zoo als Orchideën, Brome-
liaceën , Aroideën , met Varens en andere Cryp-
togamen.

Koifij en suiker worden in Para niet gekweekt ;
daartoe schijnt de zandige grond ongeschikt te
zijn; zelfs de Musa wil alhier niet voortkomen,
en dit is een waar gemis voor de negers , die de
Bananen boven elk ander voedsel verkiezen ,
vooral omdat deze vrucht geene bereiding hoege-
naamd vereischt , hetgeen het geval niet is met
Yams, Napjes en Taayers , waarvan zij hier leven
moeten.

167

TV enkele woningen, welke men hier en daar
aantreft, behooren tot houtplantaadjes, en deze
verkec;en thans in den Ireiirigsteu staat; de hui-
zen , ofschoi 'ii van hout , worden in het geheel
niet onderhouden , en dat nog wel in het middeu
van deze bosschen , alwaar het zeker niet aan
bouwstof ontbreekt : de onverschilligheid der di-
recteuren in L J ura om hun lot eenigzins te ver-
aangenamen , is voorbeeldeloos, en laat zich slechts
hierdoor verklaren, dat deze personen bijna allen
kleurlingen zijn , geheel onbekend met alle ge-
makken : blanken toch willen de directie over
zulke planlaadjes niet aanvaarden, daar zij aller-
slechtst betaald worden. Het noodzakelijke ge-
volg van dit alles is, dat houtgronden tegenwoor-
dig geene waarde hebben. Koncle men de negers
verkoopen , dan zoude f ara spoedig geheel ver-
laten zijn : maar dezen bezitten het voorregt ,
wegens vroegere diensten , aan de kolonie bewe-
zen ten tijde van den oorlog tegen de boschne-
gers . van nimmer verkocht of verplaatst te mogen
worden, zonder eigene toeslemming : — eene toe-
stemming, welke ik niet behoef te zeggen , dat zij
nooit geven , aangezien hun werk op eeij' hout-
grond vast bepaald, en niet zwaar is. Ik moet
bekennen, dat mij nergens in Suriname een schoo-
ner negerras is voorgekomen , dan in Para. De
ne^'-rs hier leven vrijer , en schenen mij toe zeer
vrolijk van aard te zijn.

Eene menigte riviertjes of zoogenaamde kreken
lijden l'ura in alle riglmgen : door uerzelver

168

vRreenisn'':!; vormen zij de l'arakrppk , welke zich
in de Suriname ontlast : dew;j! wegen hier onbe-
kend zijn , nineslpn wij deze kreek opvaren. Wij
hadden twee hooien ; elke boot met een twaalftal
slaven bemand, waarvan de ééne gevuld met pro-
visie en huisraad van allerlei soort; want tot zulk
eenen togt moet men letterlijk alles medenemen.
Het opvaren was niet gemakkelijk, vooreerst we-
gens den stroom , welke , ofschoon niet zeer sterk,
toch menigen boom, ja zelfs als 't ware geheel en al
begroeide eilanden me! zich voert. Ik herinner mij
nog op een dezer eilanden een' dooden kaaiman van
zes voet lengte gezien te hebben, welken eenige
koningsgieren (Vultur Papa) , zoo gemeen te Pa-
ramaribo, bezig waren te ontleden, zonder zich
in het minst aan ons voorbijvaren te sloren. Ver-
der wordt men tegengehouden door geheele hoo-
rnen , welke over de kreek heen zijn gevallen,
waardoor men genoodzaakt wordt aan het hakken
te gaan , met het aangename vooruitzigt van elk
oogenblik het ligte vaartuig te zien omslaan , door
het neervallen van den een' of anderen lak op het-
zelve; een gevaar, waarvoor wij gelukkiglijk be-
waard bleven. Maar dat alles kost veel tijd en
moeite, zoodat somlijds de negers, wanneer het
water niet te diep is , uit de boot springen , en
dezelve over den boomstam heen dragen. Mijne
vrienden waren zeer ontevreden over dit geheele
oponthoud , hetwelk zij niet berekend hadden ;
voor mij daarentegen was het aangenaam , daar
ik van elkeu stilstand gebruik maakte , om eeue

169

menigte planten in te zamelen, waaronder zeer
sctioone Orchideën , welke op de gevallen stam-
men groeiden. Onder deze laatsten was de Stan-
hopea eburnea, door mij levend naar Holland
overgebragt , en welke in den Amsterdamschen
Hortus reeds meermalen heeft gebloeid. Deze
plant trok mijne aandacht , zoowel door den
merkwaardigen vorm van hare bloem, als door
den aangenamen hyacinthen-geur, welken zij ver-
spreidde. Ook de beide oevers waren met over-
heerlijke gewassen bezet: hier ziet men niet meer
de Mangrove (RMzophora racemosa) , met ha-
re , uit alle takken voortkomende hangende wor-
tels ; of de naar eenen wilg gelijkende Parwa
( /ivtcennia tomentosa ) , beide zoo algemeen
langs de Commewyne ; maar nu prijkt de schoone
Pachira aquatica of Bosch-Cacao , waarvan de
heerlijk riekende bloemen de lengte van eenen
voet bereiken : verder de groote witte bloesem
van de Guslavia augusta , en eene menigte prach-
tig bloeijende Bignoniaceën , Mimoseën en Com-
bretaceën , waarvan de opnoeming alleen te lang
zoude zijn.

Den laatsten dag van onze vaart ontmoeteden
wij, tot groote blijdschap der negers, twee zwarte,
langharige Coaita - apen (Aleles paniscus) , van
over de 4 voeten groot , welke langs den oever ,
al schreeuwende , met eene onbeschrijfelijke vlug-
heid , van den eenen boom of tak op den anderen
sprongen. Z,ij vergezelden ons op deze wijze ge-
durende vt-lc uren , als ware hun het gezelschap

170

der menschen aangenaam. De genoemde aapsoort
wordt in de kolonie , zonder veel moeite , getemd.

De Parakreek steeds opvarende, bemerkt men
weldra eene zonderlinge verandering in de kieur
van het water , hetwelk op het laatst volmaakt
koffij gelijkt : de terugkaatsing van beide oevers
in hetzelve was allerschilderachtigst. Pe opper-
vlakte van den slrooin geleek volkomen naar een'
zwarten teekenspiegel , waarin licht en schaduw
zoo scherp mogelijk worden aangegeven. Overi-
gens is deze kleur hier eigen aan al het water ,
hetwelk uit deie bosschen vloeit : de humus van
eeuwen herwaarts , waarover het heenloopt , moet
hiervan de aanleidende oorzaak zijn.

Eindelijk bereikten wij de landingsplaats van de
plantaadje Berlijn , het meest verwijderde punt
en de eigenlijke plaats van onze bestemming. De
woningen van den Directeur en diens slaven lig-
gen op een klein uur afstands van de Parakreek
verwijderd. Zij vormen eene soort van gehucht ,
romantisch gelegen tusschen heuvels van geringe
hoogte, in de nabijheid van een beekje, dat naar
de Para vloeit , en op eenigen afstand , door bos-
schen omringd , welke ik niet kon nalaten terstond
te bezoeken.

Het is mij onmogelijk zelfs een oppervlakkig
denkbeeld te geven van den indruk , welken het
eerste bezoek dezer bosschen op mij maakte. Dit
waren ürwiilder in den volsten ziu van hel woord ;
de heerlijke beschrijvingen van von IIumboj.dt , vok
Martius , Meyeh en andere reizigers , kwamen

171

mij in de gedachten , en ik moest bekennen , dat
de wezenlijkheid hunne beschrijvingen nog verre
overtrof. Wie toch durft zich vleijen , een regt
denkbeeld te geven van zulk een treffend schouw-
spel ? Zulks schijnt mij toe eene vruchtelooze po-
ging , waarvan ik de uitvoering dan ook niet op
mij zal nemen. Evenwel, deze bosschen hadden
iets eigenaardigs , dat ik in geene andere van
Guyana heb aangetroffen : eene ontelbare menigte
siaumen, allen loodregt en volkomen gaaf, ver-
heffen zich tot 50 , ja zelfs tot 75 voet , zonder
één' enkelen tak (e maken, en hunne wijduitge-
spreide kruinen vormen op die hoogte het over-
heerüjkste gewelf, dat men zich slechts denken kan ,
waardoor geen zonnestraal heendringt, en waar-
onder men eene koelte geniet, onwaardeerbaar,
vooral in een klimaat , als dat van Suriname.

Onder dit hooge hout treft men eene geringe
vegetatie aan : alle gewassen van eene meer lage
statuur schijnen versmoord te worden: dit bewij-
zen openingen, welke men hier en daar aantreft,
en welke ontstaan zijn door het wegvallen van
eenige boomen of door eenige andere oorzaak.
Deze openingen zijn steeds met heesters of met
andere gewassen zoodanig begroeid , dat alle door-
gang volstrekt onmogelijk is. Ëéne palmsoort
echter schijnt de eeuwige lommer dezer bosschen
niet te schuwen ; deze is de Para-maku , eene
soort van Buctris. Deze zonderlinge Palm heeft
geenenslam, zoodat de bladen , van over 25 voe-
ten lengte , als hel ware onmiddellijk uit den

172

grond schijnen voort te komen. Zij rijn gewa-
pend met eene verschrikkelijke menigte scherpe
dorens , waarvan enkele wel een' vinger lang
zijn. De negers beminnen grootelijks de vruch-
ten van dezen Palm; mij kwamen zij smakeloos
voor.

Dagen lang bragt ik in deze bosschen door.
Mijne verbazing hield niet op, bij het nagaan van
het gestadige verschil van soorten , geslachten , ja ,
van familiën van planten , welke aldaar door en
op elkander grocijen. Hoe dikwijls zag ik de
kruinen van dit reusachtige geboomte versierd met
10 a 20 soorten der schoonste bloemen , allen be-
hoorende tot parasieten of tot klimmende gewas-
sen , welke de takken doorkruisen eu te zamen
binden, en stengels, welke somwijlen eene lengte van
eenige honderden voeten bereiken! .. . Men deinst
alreeds terug, bij de gedachte aan den tijd, be-
noodigd om uit zulk een' chaos te geraken ; want
om dit doel te bereiken , staan den botanist vele
zwarigheden in den weg. Men kan zich nitt ver-
beelden , welke moeite het mij heeft gekost , om
slechts enkele bloeijende takjes van deze boomen
te onderzoeken ; de meeste stammen zijn te dik
om beklommen te worden , of zij zijn geheel be-
dekt met kruipende of met parasiet-gewassen. —
Tegen anderen ziet men verschrikkelijke mieren-
en bijennesten , welke elke nadering verbieden.
Meer dan eens liet ik , indien dit slechts eenigzins
mogelijk was, den stam van eenen voor mij be-
langrijken boom kappen; maar steeds te vergeefs,

173

daar deszelfs kruin aan die zijner buren bleef han-
gen. Men moet zelf teleurstellingen van dien aard
ondervonden hebben , om te kunnen beseffen ,
wat ik bij dergelijke gelegenheden gevoelde.

Ook de Lianen , hier tarjtay genaamd , welke
in deze bosschen als reusachtige kabels, steeds ge-
heel bladloos, uit de kruinen der boomen neder-
hangen. zijn zeer lastig; men moet gestadig , met
de bijl in de hand , zich eenen weg banen. En
er zijn lianen dikker dan eene menschendij. Onder
deze gewassen is eene allerbelangrijkste, niet zel-
den in i ara bekend onder den naam van Watertay-
tay ; de steng heeft hoogstens anderhalf duim dia-
meter; kapt men een stuk van dezen houtachtigen
rank af , ter lengte van 4 4 5 voet , zoo stroomt
er dadelijk eene hoeveelheid water uit een der
uiteinden , voldoende om een groot glas te vullen.
Dit water is vrij helder, van eenen goeden smaak,
zeer koel, en bevat niets schadelijks voor de ge-
zondheid. Welk een merkwaardig verschijnsel in
die zelfde bosschen, waar het water die afzigtelijke
kleur heeft, door mij reeds vermeld, en hetwelk
dadelijk de hevigste dysenterie bezorgt aan den
onvoorzigtige , die er van drinkt ! Ook houden
zich de Indianen gewoonlijk op in die bosschen,
waar deze water-liane in menigte gevonden wordt.

Jammer is het, dat het mij niet gelukken mogt
bloemen , noch zelfs bladen van dit gewas te zien;
ofschoon er stukken van 30 a 40 voeten met on-
begrijpelijke moeite en kracht uit het geboomte
werden getrokken , was er echter geen enkel bloei-

174

jend takje aanwezig : heldene overigens, aan de
meeste lianen van Zuid-Amerika eigen is. — De
stengel bewees mij , dat het een Cissus was , en de
zoo merkwaardige C. hydropkorus , door Gau-
dichadd in Brazilië gevonden , kwam mij in het
geheugen. Bij gelegenheid evenwel van mijn ver-
blijf te Parijs, gedurende het vorige jaar, heeft
mij deze geleerde bewezen , dat onze soorten van
de zijne verschillend waren.

De zonderlingste lianen vormen de Bauhinia's.
Derzelver ontzettend lange stengels, ook steeds
bladloos, zijn volmaakt lintvormig en golvend,
van 2J" tot -|' breedte. Ik was niet weinig ver-
baasd , een bnschje aan te treffen aan de Para-
kreek , waarvan al de boomen letterlijk aan el-
kander waren gebonden door stengels van de
Bauhinia Oulimonfa : het geleek volmaakt eene
tooneeldecoratie.

Gelijk reeds gezegd is , vindt men vlakten in
deze bosschen, van zeer verschillende uitgestrekt-
heid, Savannes genaamd, somtijds hier en daar
met enkele heestergewassen bezet; maar boomen
ziet men er bijna nooit , hetgeen waarschijnlijk
moei woiden toegeschreven aan den grond , welke
eensklaps verandert in gul zand, veel gelijkende
naar dat onzer duinen , somwijlen met fijn mica
vermengd en hierdoor , bij zonlicht , onverdra-
gelijk voor de oogen. Hierom bezocht ik deze
plaatsen de." morgens vroeg, wanneer een zware
mist het binnenland overdekt , een mist , welke
meestal niet vóór 8 a 9 ure optrekt , en mij

175

dien van het hooge gebergte in Zwitserland herin-
nerde. De vochtigheid , door denzelven vooroor-
zaakt , is zoo groot, dat het des morgens, in deze
bo8schen , letterlijk regent. Welk eene kracht
moet dit niet aan de vegetatie geven !

Tijdens mijn verblijf in Para waren de gewas-
sen op de Savannes in vollen bloei ; geen tuin
kan zuik een overheerlijk gezigt opleveren. Deze
schoone tijd is meestal van korten duur. Twee
of drie weken later , indien er dagelijks geen re-
gen valt , is alles verdwenen , als door vuur ver-
brand ; dit duurt zoo lang tot dat de volgende
regentijd een nieuw leven te voorschijn doet ko-
men. Dit is niet wel overeen te brengen met het-
geen men wel eens beweert, dat namelijk de Sa-
vannes altijd groen zijn en weilanden opleveren.
Ik heb wel van deze plaatsen aangetroffen , be-
dekt met grassoorten van 5 a 6 voeten hoogte,
zoo als Paspalums , A?idropogones enz. ; maar
ik kan haar geenszins weilanden noemen.

De Savannes , in den omtrek van de planlaadje
Berlijn gelegen , zijn geheel begroeid met plant-
jes , van eene hoogte van slechts weinige duimen,
dragende kleine, maar ontelbare bloempjes. En-
kele behooren tot geslachten , ouk bij ons bekend ,
zoo als Polygala , Convolvulus , Drosera, Ulri-
cularia en anderen ; maar verreweg de meeste
zijn aan de tropische Flora eigen. Men behoeft
slechts de zoo schoone Lisianlhi , Cassiae , Bur-
manniae , Eriocau/oneae enz. te noemen, hier
en daar vermengd met kleiae heeste r tjes van Melas-

176

tomen of Leguminosen , allen met de levendigst
gekleurde bloemen versierd. Voor botanisten zijn
deze vlakten alleraangenaamst , omdat hier geene
zwarigheden bestaan , die zouden kunnen beletten
de planten behoorlijk te onderzoeken en te verge-
lijken. Dewijl deze plantjes daarbij van geringere
grootte en drooger van zelfstandigheid zijn , is het
gemakkelijker, hen voor het herbarium te be-
reiden dan de specimina , welke men in de bosschen
inzamelt. Het is derhalve geenszins te verwonderen ,
dat het mij steeds veel moeite heeft gekost , zulke
belangrijke plaatsen te verlaten. Door eenen schat
van overheerlijke voorwerpen omringd, kon zelfs
de ontzettende warmte, welke aan alle Savannes ,
wegens gemis aan lommer, eigen is, mij niet ver-
jagen ; maar de mij vergezellende negers dachten
er anders over en noodzaakten mij meer dan eens ,
gehoor te geven aan hunne klagten , dat zij niet
langer op het gloeijende zand konden blijven staan:
gelukkiger wijze waren er steeds bosschen in de
nabijheid , om ons te verkoelen.

Hoe merkwaardig evenwel is het , dat , op zulk
heet zand , de fijnste en teederste planten van
Guyana zich bevinden ! Velen van dezelve zijn
slechts eenjarig.

Eene pijniging, waaraan ik sterk leed bij alle
herborisaliën op zandgronden , ondervond ik door
ontelbare mikroskopische insekten , welke mij ter-
stond geheel en al als het ware bedekten, en welke
den geringsten grashalm op zulke plaatsen bij dui-
zenden bedekken. Het insekt , in de kolonie Pa-

177

tale-luis genaamd , en tot het geslacht Acarus
behoorende , dringt in het vel en veroorzaakt een
onverdragelijk jeuken , hetwelk men alleen ver-
drijven kan door zich te laten inwrijven met dram.
(eene soort van Rum) of met citroensap; van
welke middelen men evenwel bijkans kan zeg-
gen : « Ie remede est pire que Ie mal" ; maar,
dit is de eenigste wijze om de wonden te voor»
komen, welke anders zouden ontstaan door het
gestadige krabben. Gedurende al mijne reizen in
de binnenlanden liet ik mij dagelijks op dezelfde
wijze inwrijven , zoodat het ten laatste niets on-
aangenaams meer voor mij had. Ook de Chica
(Pulex pene/rans) is hier zeer lastig: dewijl dit
insekt echter zeer algemeen is door geheel Guyana ,
leerde ik spoedig hetzelve met deszelfs eijeren uit
de wonde te halen : deze operatie vereischt slechts
eene zekere handigheid.

Meestal zijn de werkplaatsen der houtplantaadjes
meer of min van de woningen verwijderd : de af-
stand hangt af van verschillende omstandigheden;
vooreerst van de soort en de hoeveelheid van hout,
welke vereischt worden en dan voornamelijk van
de nabijheid eener kreek of van eenig bevaarbaar
water , om het transport te verligten ; want , is
hiertoe geene gelegenheid , zoo zijn de negers ge-
noodzaakt de stukken hout of de planken te dra-
gen , hetgeen waarlijk een te zwaar werk is.

Middelen van vervoer zijn hier evenmin bekend
als wegen : wel is waar , het eene zonder het an-
dere zoude van weinig dienst zijn.

178

De plaats, alwaar toen de slaven van de plan-
taadje Berlijn werkzaam waren, was 7 uren
gaans van hunne woningen verwijderd. Hierom
ontvangen zij een werk of eene taak voor de ge-
heele week. Zij vertrekken 's maandags en komen
dikwijls den vijfden dag reeds terug, daar hunne
taak niet zwaar is voor de uitvoering. Het spreekt
van zelf, dat zulk een afstand veel te groot is voor
een' Mulatten - Directeur ; deze is te trotsch, en
vooral te lui , om iets vermoeijends te verrigten :
het gevolg hiervan is, dat hij met het werk zijner
slaven geheel en al onbekend blijft , en dat hij
zich moet vertrouwen op zijn' blank-officier; maar
de laatste bezit nog minder ijver, indien zulks
mogelijk mogt zijn , dan zijn chef, en zoo gaat
alles op de meest slaperige wijze voort.

De Directeur was niet weinig verbaasd toen hij
vernam , dat ik , niettegenstaande al de gevaren ,
waarvan hij mij gesproken had , evenwel deze
wandeling wilde ondernemen , daar zulk een togtje
mij zeer belangrijk voorkwam , en mij een' rijken
oogst beloofde. Ik vergezelde dus de negers, over
de honderd in getal , met vrouwen en kinderen ,
naar hunne werkplaats. Wij vervolgden een pad
door het overheerlijkste bosch , dat men zich kan
voorstellen. Mijn zwart gezelschap was vrolijk ,
en zocht zich door zingen den weg te verkorten.
Wat mij betreft , ik maakte van deze gunstige
gelegenheid gebruik , om mij den inlandschen naam
van menigen boom en struik te doen opgeven ,
hetgeen ik tot op dien dag te vergeefs aan blanken

179

nad gevraagd. Dezen toch , hunne onkunde niet
willende bekennen, hadden mij denzelfden boom
meer dan eens onder verschillende soorten onder
denzelfden naam , aangewezen. De negers daar-
entegen, zoowel als de Indianen, zijn over het
algemeen meer oplettend aangaande de voorwer-
pen, welke zij dagelijks zien, zoodat men op hunne
aanwijzing staat kan maken. Hiervan heb ik me-
nig bewijs gehad.

Alzoo toonden mij de negers de Ingie Pipa ,
(Couratarï guianensis) aan , waarvan de in-
landsche naam de volmaakte gelijkenis van de
zaaddoozen met eenen pijpenkop aanduidt ; voorts
de Bosch - kalebas ( Couroupila guianensis ) ,
merkwaardig , zoowel door hare zonderlinge bloe-
men , als door hare dubbele zaaddoos , dikwijls
grooter dan een menschenhoofd ; den Tapoeripa
(Genipa Caruto) , waarvan de Indianen de vruch-
ten gebruiken om zich zwart te verwen ; het Bijl-
hout (Eperua falcata ) , waarvan men in het
groene gewelf de groote peulen ziet hangen aan
stelen van 2 a 3 voet lengte : allen boomen van
Verre over de 100 voeten hoogte ; zonder nog te
spreken van den Uoepelboom (Copaifera guia-
nensis) , zoo bekend door deszelfs balsem ; den
Tonkaboom (Dipterix odorala) en eene menigte
der meest geachte houtsoorten , welke hier gekapt
worden. Ik behoef niet te verzekeren , dat mij de
weg in het geheel niet lang toescheen.

pat. -ujdschr. D. XII. St. 3en 4. 13

180

De werkplaats bereikt hebbende , vond ik aldaar
eene soort van kamp opgeslagen , veel gelijkende
naar dat der Indianen , bestaande uit kleine af-
daken , met taspalmbladen bedekt , waaronder de
negers slapen en hun voedsel bereiden, 's Avonds
worden er groote vuren aangestoken , niet alleen
om jaguars of andere wilde dieren te verjagen,
maar vooral om zich te ontlasten van de menigte
musquiten , welke in de bosschen onverdragelijk
zijn. Gelukkiglijk had ik mijn musquiten-gaas
mede genomen , zoodat ik van deze dieren geen'
hinder had. Echter bragt ik eenen slapeloozen
nacht door; eene menigte der grootste vuurvliegen,
welke ik tot nu toe had gezien , vlogen gestadig»
lijk rondom mijne hangmat , en flikkerden mij in de
oogen. Daarbij kwam het onophoudelijke gebrul
der Baboen-apen , welke in deze bosschen vergade-
ring schenen te houden , en eindelijk nog een gevoel
van koude , dat mij grootelij ks hinderde , ofschoon
de thermometer 71° aanwees. Al die genoegens
deden mij met vreugde den opgang der zon be-
groeten , en het duurde niet lang , of ik was we-
der op weg naar Berlijn ; maar vooraf bezigtigde
ik de werkzaamheden der negers. Gelijk ik wel
verwachtte, was de wijze van bewerken van het
hout als het ware nog in hare allereerste kindsch-
heid. Mechanische middelen om het wqrk te ver-
ligtenof te bespoedigen zijn hun onbekend, en
zouden mogelijk bezwaarlijk ingevoerd kunnen
worden, daar de negers zeer gehecht zijn aau

181

hunne gewoonten. Daar de houtsoorten over het
algemeen uiterst hard zijn , vereischt de bewer-
king ontzaggelijk veel rijd , vooral wat het zagen
betreft. Stoom zoude hier met veel voordeel kun-
nen gebruikt worden ; maar hiertoe behoort geld ,
en dit wordt op houtplantaadjes niet verdiend en
dus ook niet uitgegeven.

Verbeteringen zijn hier niet te verwachten ;
want men moet Para als eene ware oasis in de
woestijn beschouwen , onbekend aan het grootste
gedeelte der kolonisten ; zelfs de administrateuren
der aldaar gelegene plantaadjes komen zeer zelden
deze streek bezoeken , dewijl zij weten , dat er een
volstrekt gemis is aan alles ; en evenwel is dezelve,
naar mijn oordeel , het bevalligste gedeelte van
Suriname.

Voor eene slooping dezer bosschen is in het
geheel niet te vreezen : naauwelijks bemerkt men
dat hier of daar boomen gevallen zijn , daar slechts
zoo veel stammen geveld worden , als de plan-
taadje ter verzending noodig heeft , en al de om-
ringende blijven staan. Een gedeelte , waar het
hout geveld is , keert binnen weinige jaren tot
vorigen staat terug. Hierbij moet men weten , dat
de concessicn van gronden, aan plantaadjes gege-
ven, zeer uitgebreid zijn; zoo, bij voorbeeld , be-
draagt Berlijn 6300 akkers , Berg en Daal bijna
10,000 ; en evenwel is de opbrengst van zulk een
eigendom weinig of niets. Dit kan wel niet an-
ders zijn, daar de gehecle consumptie van hout,

13*

182

in de kolonie, zicli bepaalt lot Paramaribo , en
clan nog wel slecbls voor een gedeelte , dewijl
het beter koop is planken, ja, gcheele huizen,
van Noord Amerika te laten komen met de raelassie-
schepen, dan zich dezeive in het land zelf aan te
schaffen en met het inlandsche hout te bouwen.

De handwerken worden in Suriname duur be-
taald en de uitvoering is veelal zeer middelmatig:
alweder een nieuw bewijs van de geringe activiteit
der bewoners.

De houtsoorten van onze kolonie wedijveren ,
zoowel in schoonheid als in duurzaamheid , met
al diegenen , welke in Europa zoo zeer gezocht'
worden voor meubelen, als anderzins. De onge-
meene hardheid van eenige van dezelve, zoo als
ijzer hard , lellerhout en meer andere, biedt wel
eenige moeite aan in de bewerking , maar , be-
halve dat al de soorten deze hardheid niet bezit-
ten , zoude men spoedig middelen weten te vin-
den, om dit bezwaar te ovenvinnen. Het is slechts
te betreuren , dat de kostbare vrachten van hout ,
naar Holland , tegen de verzending steeds een
bezwaar moeten opleveren.

Aangezien ik niet begeerig was om tweemaal
denzelfden weg te volgen , sloeg ik , door een
paar negers vergezeld , een ander pad in , on»
naar de planlaadje terug te keeren, en ik vond
in deze donkere bosschen nog menig belangrijk
gewas, onder anderen de fle/osi.i guitmeiisi s ,
eene merkwaardige plant uit de fauiilie der Bala T

183

nojihoreèn , voorzeker de zeldzaamste van het ge-
licele plantenrijk. üil gewas gelijkt volmaakt
naar een' fungus , en herinnerde mij de tot de-
zejfde iannlie belioorende Cynomorium cocci-
num , welke door mij, in Ib33 , op een naakt
eilandje . bij Trapani , op Sicilië , is gevonden.
Deide plantsoorlen heblicn denzelfden habitus;
maar welk een verschil bestaat er niet in derzel-
ver groeiplaats! — Voorts, trof ilt, ook op deze
wandeling , voor het eerst de l.ecylhis grandi-
flora aan , waarvan de houtachtige zaaddoozen
in Fransch - Guvana den naam dragen van mar-
mite de Sin ge ; als ook die sierlijke kleine Voij-
ria's, welke ik in liet Tijdschrift voor Natuur-
lijke Geschiedenis (Deel VII. bl. 129) heb be-
schreven; derzelver levendig gekleurde bloempjes
bemerkt men bijkans niet tusschen de afgevallene
bladen , welke sedert onheugelijke tijden den
grond dezer bosschen bedekken.

Op Berlijn terug gekomen , vond ik mijne vrien-
den , tot mijn leedwezen , bezig met het maken
van toebereidselen voor de terugreis. Wij ver-
trokken dus weder te zamen, en bezochten nog
de houtplantaadjes Onoribo en Ozembo, beiden
van minder belang dan Rerlijn , maar , vooral
de eerste, zeer schilderachtig gelegen, en hoogst
belangrijk voor een' botanist. Mijn planten-
buit werd steeds grooter , zoodat ik eene zeer
belangrijke verzameling naar Paramaribo terug
braet.

184

Ofschoon ik later veel dieper in het binnenland
doorgedrongen ben , is mij steeds de herinnering
van dezen togt alleraangenaamst gebleven. Mijne
verwachting aangaande de vegetatie van Para, te
voren reeds zoo zeer gespannen , was nog verre
weg overtroffen.