De Surinaamse familienaam Pinas is in 1863, bij de afschaffing van de slavernij, toegewezen aan een familie van 48 personen op plantage Onverwacht te Suriname.

Lees hier meer over de vrijgemaakte slaven van plantage Onverwacht

Maar laten we eerlijk zijn... de naam en term bestond al langer.

 

Naamstoewijzing plantage-eigenaren


Het zou kunnen dat bij de Afschaffing van de Slavernij in 1863 de familienamen op plantage Onverwacht werden toegekend door de plantage eigenaren.
In 1863 waren Francois Gaspard Caupain en zijn zoon William Francois Caupain eigenaren van plantage Onverwacht. F.G. Caupain vulde het borderel in, maar beiden ondertekenden voor ontvangst van de tegemoetkomingsgelden. 
F.G. Caupain was de zoon van Seraphin Francois Gaspard Caupain en de gemanumitteerde mulattin Maria van Caupain. Seraphin Francois Gaspard Caupain was vermoedelijk van Franse afkomst.

 

Op Onverwacht gegeven namen
  • Loswijk: vermoedelijk verwant aan de manumissienaam Mosselwijk - Selwijk (zie het Nationaal Archief - Vrij In Suriname )
  • Nooten: naam is ook toegekend op plantage de Drie Gebroeders, de Noten is een manumissie-naam.
  • Graf: toepasselijk, aangezien de enige persoon die deze naam op Onverwacht kreeg is overleden tijdens de emancipatie. Nog iemand kreeg dezelfde naam toegekend op pl. Alkmaar.
  • Disker: 2 personen, naam komt in Engeland al vroeg voor.
  • Crisis: betekent beslissend keerpunt / periode van ernstige stoornis
  • Piqué: diverse betekenissen waaronder prikken/steken, wapen, rivier in Frankrijk, weefsel/stof.
  • Vyent: oude schrijfwijze van "vijand".

 

De namen Crisis, Pinas, Piqué en Vyent wijken af van de overige toegewezen namen op Onverwacht. Ze lijken gerelateerd aan Frankrijk maar de namen doen ook "strijdvaardig" aan.



Familienamen die verband zouden kunnen houden met de familienaam Pinas


L'Espinasse - Pinasi

De 'Pinasi' zijn de afstammelingen van slaven van Bigi Misi Pinasi (Anna van Rijn 1688-1748) en Bigi Masaa Pinasi (François L'Espinasse 1677-1734).
François L'Espinasse, hoogstwaarschijnlijk een Hugenoot, vestigde zich rond het begin van de 18e eeuw in Suriname.
[ bron 3.1 , Lees ook: Stammen op ndyukaliba.com]

De Pinasi-lo bestaat uit verre nakomelingen van slaven van de familie L'Espinasse, die de plantages L' Espérance en Wederhoop aan de Commewijne en Charlottenburg aan de Cottica beheerde.
[ bron 3.2 ] Lo betekent "stam".

 
Da Pina

Abraham De Pina *ca 1680
Geboorte: ABT 1680 te : Suriname
Huwelijk: 10 jan 1704 te : Jodensavanne, Suriname

 


Bronnen

 

0 - Interessant om te lezen betreffende naamsgeving van slaven

 

1 - Nationaal Archief

1.1 Database Vrij in Suriname - Emancipatie 1863

Francois Gaspard Caupain wonende aan de Saramaccastraat L.E. no. 21 te Paramaribo, gezagvoerder op houtgrond Onverwacht
William Fransua Caupain, woonplaats Suriname, adres onbekend
F.G. Caupain vulde het borderel in, maar beiden ondertekenden voor ontvangst van de tegemoetkomingsgelden

1.2 Geboorteregister Paramaribo 1829 - website Denie Kasan

 

2 - Persoon

2.1 Ontvangen van R. Smeets

 

3 - Websites

3.1 Van Viegen

François 'l Espinasse (Lespinasse)

François, hoogstwaarschijnlijk een Hugenoot, vestigde zich rond het begin van de 18e eeuw in Suriname. Van 1719 tot 1723 was hij 'Raad van Civile Justitie', in 1729 en 1733 is hij wederom genomineerd voor de betreffende functie maar wordt hij niet verkozen.

Kinderen

Philippa Johanna *geboren op 29 december 1715 in Suriname, begraven op 13 juni 1758 in de Amsterdamse Nieuwe Zijds Kapel, trouwt met Nicolaas Freher.
Pierre Frederic     gedoopt op 26 augustus 1717 in Suriname, overleden op 8 juli 1757, raad van Politie, eigenaar van plantage 'Frederiksburg' beneden Commewijne en 'l'Esperance' boven Commewijne.
? François     *13 november 1718, overl. 18 mei 1741 in Suriname.
Sara     *11 juni 1720 in Suriname.
Susanna   *13 januari 1722 in Suriname, overl. op 27 februari 1778 te Amsterdam, trouwt in 1739 in Suriname met Jean Paul Taunay. Deze is "Raad in het hof van Civiele Justitie" en eigenaar van plantage 'Vertrouwen' aan de beneden Commewijne. Jean Paul is geboren in Koningsbergen (het huidige Kaliningrad in Rusland) op 20 december 1706 als kind van Jean Taunay en Susanne Charlotte Lafargue.
Anna     *7 maart 1723 in Suriname, trouwt met Samuel Pichot de eigenaar van 'Mon Trésor'. Op 7 juli 1753 wordt zij door haar echtgenoot op het schip 'Johanna Wilhelmina' naar Nederland gezet omdat ze 'gek' was.
Jaques     *7 mei 1724 in Suriname, mogelijk overl. op 16 november 1725 in Suriname.
Jacob     *31 oktober 1725 in Suriname, mogelijk overl. op 16 november 1725 in Suriname.
? Jean     *2 mei 1733, overl. 9 augustus 1760 in Suriname.

Bosnegerstam 'Pinasi'
In de dorpen Loabi en Sanbedumi wonen de 'Pinasi', de afstammelingen van slaven van Bigi Misi Pinasi (Anna) en Bigi Masaa Pinasi (François).
 
Graf
François werd begraven op begraafplaats de 'Oude Oranjetuyn' in Paramaribo waar in 1835 de Hervormde Kerk werd gebouwd, sinds die tijd bevindt het graf zich in deze kerk.

Grafsteen met opschrift
No. 55 Hier Onder Legt begraaven Francois Lespinasse In Syn Leeven Oud Raad van Civile Justitie Gebooren Den 16 April 1677 Gestorven Den .... December Ao 1734.

Herkomst en de betekenis van de familienaam (de) Lespinasse
De naam is afgeleid van het occitaanse (langue d'Oc) begrip "espinasso", het oud-franse "épinaie", dat staat voor een met stekelige heesters begroeid veld.

3.2 DBNL - Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Deel 4 - Michiel van Kempen

Over André Pakosie
André Richard Matiematie Pakosie werd geboren op 25 mei 1955 te Diitabiki, residentie van de gaanman van de ndyuka aan de Alenkumanwey-bunsu, de Tapanahonirivier. Krachtens matrilineaire afstamming hoort Pakosie tot de Pinasi-lo*. Zijn vader was een gerenommeerd geneeskundige en medium van de yooka [geest van een overledene] van gaanda Kentu Boadi. André Pakosie zou in de voetsporen van zijn vader treden. Hij leerde Nederlands in Albina, waar hij ook godsdienstonderwijs kreeg van de Evangelische Broedergemeente, de Baptistengemeente en van pater Antoon Donicie; later zou hij het christendom dat zijn cultuur zoveel schade had berokkend, verwerpen. In 1968 ging hij naar Paramaribo, waar hij zich al snel ontpopte als bosnegeractivist. Pakosie legde zich toe op alfabetisatie en bijscholingscursussen en zat in het bestuur van een groot aantal organisaties: de Bond van Bosneger Studenten, Akifonga, de Stichting Tembe en de vereniging Pinasi-lo, een sociaal fonds voor de leden van Pakosies lo. In 1972 legde hij het verhaal over de 18de-eeuwse bosnegerleider Boni zoals hij het goeddeels van zijn vader gehoord had, schriftelijk vast in De dood van Boni.

* De Pinasi-lo bestaat uit verre nakomelingen van slaven van de familie L'Espinasse, die de plantages L' Espérance en Wederhoop aan de Commewijne en Charlottenburg aan de Cottica beheerde.

3.3 www.familysearch.org

Kinderen van Francois Gaspard Caupain en Sallie Maria Gomperts     
1. Amalia Josephina Maria Caupain *08 NOV 1831, Paramaribo, Suriname
2. Jacobus De Leeuw Caupain *15 FEB 1833, Paramaribo, Suriname
3. Johanna Caupain  *30 OCT 1834, Paramaribo, Suriname
4. Francina Maria Caupain  *19 OCT 1835, Paramaribo, Suriname
5. Johannes Francis Caupain *22 JAN 1839, Paramaribo, Suriname

Kinderen van William Francois Capain (*25 november 1829  te Paramaribo) en Sophia Tirion
1.Sophia Elisabeth Caupain  *01 APR 1856, Paramaribo, Suriname
2.Hendrik Anthony Caupain  *11 AUG 1860, Paramaribo, Suriname
3.Louise Francoise Caupain *15 JUL 1864, Paramaribo, Suriname

Meer info over Francois Gaspard en William Francois Caupain

3.4 Koninklijke Bibliotheek - Historische Kranten

 

3.5 Data Iwan de Vries op Geneanet

 

3.6 Diversen

Pinas, v. (-sen), soort klein en smal vaartuig.
Bron: DBNL - Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal, 1864
Pinas is een gemeente en dorp in het Franse departement Hautes-Pyrénées. De commune telt 452 inwoners. De plaats maakt deel uit van het arrondissement Bagnères-de-Bigorre. 
Bron:Wikipedia
"Pinas of pijnas, of dit woord af komstig is van pinus een pijnboom, het welk somtijds van de digters voor een geheel schip genoomen werd, daar oover sullen wij nu niet twisten: als wij maar weeten, dat een pinas bij naa is van het selve maaksel als een fregat: egter daar in verschillende, dat sijn agter gat, of agter schip, soo niet oover hangt, als dat van een fregat, ens."
Bron: Excerpts from Winschootens Seeman, 1681 
De schilders en gebroeders Jacob Symonsz. Pynas (ca 1592-1650 te Haarlem) en Jan Symonsz. Pynas (ca 1581-1631 te Alkmaar)
Naamsvarianten: Pijnas, Pinas

Bron: Kunstbus website

"En voor de goede lezer moet de brief van Lineke Pinas - die in Auschwitz-Birkenau terecht was gekomen - aan haar tante Bella Anholt een vingerwijzing zijn geweest. De brief bereikte deze tante pas na de oorlog, maar was tot die tijd in bezit van een vertegenwoordiger van de Joodsche Raad in Zwolle. Op 26 november 1942 schreef Lineke aan haar tante: "Lily und Mimi sind bei der Schwester von Sia gekommen und ich hoffe dass es ihr gut gefällt. Auch Bep ist da und vielleicht geh ich auch schon schnell darhin. Sia is Sophia Hendrika de Vries, haar zuster de in 1940 overleden Lea Sophia. Wat de schrijfster hier dus in bedekte termen aangeeft, is dat haar tante Lily, Mimi en Bep inmiddels zijn overleden. Kennelijk heeft zij de in Zwolle achtergebleven familie willen waarschuwen. Voordat de brief in Zwolle aankwam, waren haar moeder, broer, zuster, grootouders en tante al ondergedoken. Lineke Pinas werd volgens de officiële gegevens op 31 maart 1943 te Auschwitz omgebracht."

Website Jodenvervolging in Zwolle

Termen op encyclo.nl