|
De Surinaamse familienaam Pinas is in 1863, bij de afschaffing van de slavernij, toegewezen aan een familie van 48 personen op plantage Onverwacht te Suriname. Lees hier meer over de vrijgemaakte slaven van plantage Onverwacht .
Maar laten we eerlijk zijn... de naam en term bestond al langer. - oorspronkelijk een smalle sloep, later ook een kleine galei en een snelvarend jacht, dat zowel door riemen als zeilen werd voortbewogen. Spaans pinaza, Portugees pinaça. De naam is waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse pinus = dennehout.
(zie VOC Glossarium (PDF) en bekijk de scheepsvaartlijsten van de VOC-Pinasschepen tussen Nederland en Azie )
- het dorp Pinas in Frankrijk
- Pinas wordt gebruikt als populaire term voor de Filipijnen
- Joden, Nederlanders, Fransen, Noren, Polen met de naam Pinas (te vinden in Genlias , Familysearch , aankomstlijsten van schepen in de V.S., etc)
- In overige landen kom je veelvuldig de naam Piñas tegen (vertaald: ananassen maar ook pijnappels, dennenappels - 'pino' is de Spaanse term voor pijnboom/den)
- Oostindische stof uit boombast vervaardigd
(zie DBNL: Kunstwoordenboek van P. Weiland uit 1858 ) - weefsel van ananasvezels
(zie VOC Glossarium (PDF) )
Pinas, v. (-sen), soort klein en smal vaartuig.
Bron: DBNL - Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal, 1864 - "Pinas of pijnas, of dit woord af komstig is van pinus een pijnboom, het welk somtijds van de digters voor een geheel schip genoomen werd, daar oover sullen wij nu niet twisten: als wij maar weeten, dat een pinas bij naa is van het selve maaksel als een fregat: egter daar in verschillende, dat sijn agter gat, of agter schip, soo niet oover hangt, als dat van een fregat, ens."
- Bron: Excerpts from Winschootens Seeman, 1681
De schilders en gebroeders Jacob Symonsz. Pynas (ca 1592-1650 te Haarlem) en Jan Symonsz. Pynas (ca 1581-1631 te Alkmaar) Naamsvarianten: Pijnas, Pinas Bron: Kunstbus website
"En voor de goede lezer moet de brief van Lineke Pinas - die in Auschwitz-Birkenau terecht was gekomen - aan haar tante Bella Anholt een vingerwijzing zijn geweest. De brief bereikte deze tante pas na de oorlog, maar was tot die tijd in bezit van een vertegenwoordiger van de Joodsche Raad in Zwolle. Op 26 november 1942 schreef Lineke aan haar tante: "Lily und Mimi sind bei der Schwester von Sia gekommen und ich hoffe dass es ihr gut gefällt. Auch Bep ist da und vielleicht geh ich auch schon schnell darhin. Sia is Sophia Hendrika de Vries, haar zuster de in 1940 overleden Lea Sophia. Wat de schrijfster hier dus in bedekte termen aangeeft, is dat haar tante Lily, Mimi en Bep inmiddels zijn overleden. Kennelijk heeft zij de in Zwolle achtergebleven familie willen waarschuwen. Voordat de brief in Zwolle aankwam, waren haar moeder, broer, zuster, grootouders en tante al ondergedoken. Lineke Pinas werd volgens de officiële gegevens op 31 maart 1943 te Auschwitz omgebracht." Website Jodenvervolging in Zwolle
Naamstoewijzing plantage-eigenarenHet zou kunnen dat bij de Afschaffing van de Slavernij in 1863 de familienamen op plantage Onverwacht werden toegekend door de plantage eigenaren. In 1863 waren Francois Gaspard Caupain en William Fransua Caupain eigenaren van plantage Onverwacht. F.G. Caupain vulde het borderel in, maar beiden ondertekenden voor ontvangst van de tegemoetkomingsgelden.
Francois Gaspard Caupain en William Fransua Caupain - klik hier voor uitwerking
Wij weten nog niet al te veel van deze heren af. Het lijkt erop dat deze twee heren vader en zoon waren.
Francois Gaspard, geboren in 1806 te Paramaribo, was de (stief)zoon van Seraphin (Seferin, Sefarin?) François Gaspard geboren ca 1780 [B3.5 ], waarschijnlijk uit Frankrijk afkomstig. Zijn moeder was een gemanumitteerde slavin genaamd Maria van Caupain. Zij had reeds een dochter uit een eerdere relatie. [B2.1 ] Francois Gaspard Caupain is op 17 oktober 1861 te Paramaribo, gehuwd met Sallie Maria Gomperts (of Sally Marie Gomperts), [B3.3 ] dochter van Salomon Jacob Gomperts 1766-1846 [B3.5 ]. William Fransua Caupain - of Willem Francois Caupin -, geboren in 1829, is de zoon van Sallie Maria Gomperts. [B1.3 ] In het Dagblad van Zuidholland en ‘s Gravenhage van 7 november 1856 staat op pagina 2 het volgende geschreven: Uit Paramaribo wordt ons, via Southampton het volgende geschreven, van den 15 Oct.: .... « Den 24 [Sept] zijn door het depart. der onbeheerde boedels verkocht de suikerplantaadje Guineesche Vriendschap en Klein La Jalousie voor ƒ 31,015. De suikerplantaadje Concordia voor ƒ 27,040. De houtgrond Overtoom en Vreeland voor f 26,500 en een derde aandeel in den houtgrond La Diligence voor f 7000. Opmerkelijk is het, dat de houtgrond Overtoom en Vreeland gekocht is door den heer F. G. Caupain, die in den slavenstand geboren en van deze plantaadje afkomstig is. Later gemanumittoerd , heeft hij het door vlijt en zorg zoo ver gebragt, dat hij thans eigenaar van eene plantaadje is, waartoe hij vroeger zelf als slaaf behoorde en waar hoogstwaarschijnlijk nog eenige leden zijner familie in den slavenstand zullen verkeeren. ... [B3.4 ] Op Onverwacht gegeven namen - Loswijk: vermoedelijk verwant aan de manumissienaam Mosselwijk - Selwijk (zie het Nationaal Archief - Vrij In Suriname )
- Nooten: naam is ook toegekend op plantage de Drie Gebroeders, de Noten is een manumissie-naam.
- Graf: toepasselijk, aangezien de enige persoon die deze naam op Onverwacht kreeg is overleden tijdens de emancipatie. Nog iemand dezelfde naam toegekend op pl. Alkmaar.
- Disker: 2 personen, naam komt in Engeland al vroeg voor.
- Crisis, Pinas, Piqué en Vyent: wijken af van het patroon van toegewezen namen op Onverwacht en lijken op Franse namen. (enkele namen komen al vroeg voor in Frankrijk)
Uitgaande van het de veronderstelling dat de plantage-eigenaren de namen toewezen, lijkt het alsof zij voor namen gekozen hebben die reeds bestonden in Frankrijk.
Familienamen die verband zouden kunnen houden met de familienaam PinasL'Espinasse - Pinasi
De 'Pinasi' zijn de afstammelingen van slaven van Bigi Misi Pinasi (Anna van Rijn 1688-1748) en Bigi Masaa Pinasi (François L'Espinasse 1677-1734). François L'Espinasse, hoogstwaarschijnlijk een Hugenoot, vestigde zich rond het begin van de 18e eeuw in Suriname. [ bron 3.1 ]
De Pinasi-lo bestaat uit verre nakomelingen van slaven van de familie L'Espinasse, die de plantages L' Espérance en Wederhoop aan de Commewijne en Charlottenburg aan de Cottica beheerde. [ bron 3.2 ]
Da Pina
Abraham De Pina *ca 1680
Geboorte: ABT 1680 te : Suriname Huwelijk: 10 jan 1704 te : Jodensavanne, Suriname
Bronnen 1 - Nationaal Archief 1.1 Database Vrij in Suriname - Emancipatie 1863 Francois Gaspard Caupain wonende aan de Saramaccastraat L.E. no. 21 te Paramaribo, gezagvoerder op houtgrond Onverwacht William Fransua Caupain, woonplaats Suriname, adres onbekend F.G. Caupain vulde het borderel in, maar beiden ondertekenden voor ontvangst van de tegemoetkomingsgelden 1.2 Database Vrij in Suriname - Manumissies 1832-1863 Caupain, Theresia Catharina slavennaam: Catharina geslacht: V beroep: onbekend A.F. Caupain [wie is dit?] datum cautie: onbekend bedrag cautie: 0 datum borgtocht: 3 augustus 1842 bedrag borgtocht: 500 borgen: Francois Gaspard Caupain en Johanna van Willm. Smith [wie is deze laatste persoon?] aanmerkingen: GR 30-09-42, no. 1325; verzoek tot overdracht geslachtsnaam; omdat niemand bezwaar aantekende, werd verzoek ingewilligd 1.3 Geboorteregister Paramaribo 1829 - website Denie Kasan 2 - Persoon 2.1 Ontvangen van R. Smeets 3 - Websites 3.1 Van Viegen François 'l Espinasse (Lespinasse)
François, hoogstwaarschijnlijk een Hugenoot, vestigde zich rond het begin van de 18e eeuw in Suriname. Van 1719 tot 1723 was hij 'Raad van Civile Justitie', in 1729 en 1733 is hij wederom genomineerd voor de betreffende functie maar wordt hij niet verkozen.
Kinderen
Philippa Johanna *geboren op 29 december 1715 in Suriname, begraven op 13 juni 1758 in de Amsterdamse Nieuwe Zijds Kapel, trouwt met Nicolaas Freher. Pierre Frederic gedoopt op 26 augustus 1717 in Suriname, overleden op 8 juli 1757, raad van Politie, eigenaar van plantage 'Frederiksburg' beneden Commewijne en 'l'Esperance' boven Commewijne. ? François *13 november 1718, overl. 18 mei 1741 in Suriname. Sara *11 juni 1720 in Suriname. Susanna *13 januari 1722 in Suriname, overl. op 27 februari 1778 te Amsterdam, trouwt in 1739 in Suriname met Jean Paul Taunay. Deze is "Raad in het hof van Civiele Justitie" en eigenaar van plantage 'Vertrouwen' aan de beneden Commewijne. Jean Paul is geboren in Koningsbergen (het huidige Kaliningrad in Rusland) op 20 december 1706 als kind van Jean Taunay en Susanne Charlotte Lafargue. Anna *7 maart 1723 in Suriname, trouwt met Samuel Pichot de eigenaar van 'Mon Trésor'. Op 7 juli 1753 wordt zij door haar echtgenoot op het schip 'Johanna Wilhelmina' naar Nederland gezet omdat ze 'gek' was. Jaques *7 mei 1724 in Suriname, mogelijk overl. op 16 november 1725 in Suriname. Jacob *31 oktober 1725 in Suriname, mogelijk overl. op 16 november 1725 in Suriname. ? Jean *2 mei 1733, overl. 9 augustus 1760 in Suriname.
Bosnegerstam 'Pinasi' In de dorpen Loabi en Sanbedumi wonen de 'Pinasi', de afstammelingen van slaven van Bigi Misi Pinasi (Anna) en Bigi Masaa Pinasi (François). Graf François werd begraven op begraafplaats de 'Oude Oranjetuyn' in Paramaribo waar in 1835 de Hervormde Kerk werd gebouwd, sinds die tijd bevindt het graf zich in deze kerk.
Grafsteen met opschrift No. 55 Hier Onder Legt begraaven Francois Lespinasse In Syn Leeven Oud Raad van Civile Justitie Gebooren Den 16 April 1677 Gestorven Den .... December Ao 1734.
Herkomst en de betekenis van de familienaam (de) Lespinasse De naam is afgeleid van het occitaanse (langue d'Oc) begrip "espinasso", het oud-franse "épinaie", dat staat voor een met stekelige heesters begroeid veld. 3.2 DBNL - Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Deel 4 - Michiel van Kempen Over André Pakosie André Richard Matiematie Pakosie werd geboren op 25 mei 1955 te Diitabiki, residentie van de gaanman van de ndyuka aan de Alenkumanwey-bunsu, de Tapanahonirivier. Krachtens matrilineaire afstamming hoort Pakosie tot de Pinasi-lo*. Zijn vader was een gerenommeerd geneeskundige en medium van de yooka [geest van een overledene] van gaanda Kentu Boadi. André Pakosie zou in de voetsporen van zijn vader treden. Hij leerde Nederlands in Albina, waar hij ook godsdienstonderwijs kreeg van de Evangelische Broedergemeente, de Baptistengemeente en van pater Antoon Donicie; later zou hij het christendom dat zijn cultuur zoveel schade had berokkend, verwerpen. In 1968 ging hij naar Paramaribo, waar hij zich al snel ontpopte als bosnegeractivist. Pakosie legde zich toe op alfabetisatie en bijscholingscursussen en zat in het bestuur van een groot aantal organisaties: de Bond van Bosneger Studenten, Akifonga, de Stichting Tembe en de vereniging Pinasi-lo, een sociaal fonds voor de leden van Pakosies lo. In 1972 legde hij het verhaal over de 18de-eeuwse bosnegerleider Boni zoals hij het goeddeels van zijn vader gehoord had, schriftelijk vast in De dood van Boni. * De Pinasi-lo bestaat uit verre nakomelingen van slaven van de familie L'Espinasse, die de plantages L' Espérance en Wederhoop aan de Commewijne en Charlottenburg aan de Cottica beheerde. 3.3 www.familysearch.org Kinderen van Francois Gaspard Caupain en Sallie Maria Gomperts 1. Amalia Josephina Maria Caupain *08 NOV 1831, Paramaribo, Suriname 2. Jacobus De Leeuw Caupain *15 FEB 1833, Paramaribo, Suriname 3. Johanna Caupain *30 OCT 1834, Paramaribo, Suriname 4. Francina Maria Caupain *19 OCT 1835, Paramaribo, Suriname 5. Johannes Francis Caupain *22 JAN 1839, Paramaribo, Suriname
Kinderen van William Francois Capain (*25 november 1829 te Paramaribo) en Sophia Tirion 1.Sophia Elisabeth Caupain *01 APR 1856, Paramaribo, Suriname 2.Hendrik Anthony Caupain *11 AUG 1860, Paramaribo, Suriname 3.Louise Francoise Caupain *15 JUL 1864, Paramaribo, Suriname3.4 Koninklijke Bibliotheek - Historische Kranten  Dagblad van Zuidholland en ‘s Gravenhage van 7 november 1856  Rotterdamse Courant van 11 november 1806 3.5 Data Iwan de Vries op Geneanet Reageer op dit artikel. (0 berichten) |