|
Geschreven door Pinas Team
|
|
Periode na de afschaffing van de slavernij, tussen 1863 en 1873.
Met de emancipatie op 1 juli 1863 waren de Surinaamse slaven nog niet onmiddellijk volledig vrij. Om te voorkomen dat de slaven massaal van de plantages zouden weglopen werd een overgangsperiode ingesteld van tien jaar, het zogenaamde Staatstoezicht. Bij wet was vastgelegd dat de geëmancipeerden die op plantages of gronden woonden, of gewoonlijk werkzaam waren en tussen de 15 en 60 jaar oud waren, arbeidsovereenkomsten tot het verrichten van plantagearbeid moesten af sluiten met planters of landbouwondernemers, voor de periode van 10 jaar. Zij die niet op plantages of gronden werkten en van dezelfde leeftijd waren, moesten ook overeenkomsten afsluiten tot het verrichten van arbeid of diensten. Uitgezonderd hiervan waren zij die konden bewijzen een beroep, ambacht of bedrijf uit te oefenen zodat zij in de behoeften van zichzelf en hun gezin kon voorzien. Pas na 1873 werden de ex-slaven in alle opzichten vrije burgers van Suriname. |
|
Laatst geupdate op ( maandag 09 juli 2007 )
|