Home arrow Bronnen arrow Plantages arrow plantage Topibo, fragmenten
plantage Topibo, fragmenten
Geschreven door Pinas Team   

Fragmenten over plantage Topibo welke nog verwerkt dienen te worden

 

Boek: Mr. Jan Jacob Mauricius: gouverneur-generaal van Suriname, van 1742 tot 1751
Auteur: Cornelis Ascanius Sypesteyn (Jonkheer van)
Uitgever Gebroeders van Cleef, 1858

Bron: Google Books

p62
...
Eene tweede beschuldiging was het maken van onderscheid tusschen vrienden en vijanden bij elke begeving van ambten.
Zoo werd Mauricius, zoo als wij hierboven reeds zeiden, ten laste gelegd, dat hij de familie Nepveu buitengewoon had bevoordeeld door Jan Nepveu (1) tot Secretaris, en diens oudere broeder Aubin tot exploiteur te benoemen. Vooral deze Aubin Nepveu (2) had zich de ongenade der cabale op den hals gehaald, en was dikwijls, ten gevolge harer lasterlijke aantijgingen, genoodzaakt tot het voeren van moeijelijke en kostbare processen. Ook werd aan Mauricius verweten, dat hij de voordeeligste ambten der kolonie, die van Vendumeester en van Ontfanger der hoofdgelden, aan zijne beide zonen, Pieter en Amdkeas, had vergeven. Eindelijk nog zou hij den Advocaat Van Altena (3), vollen neef van zijne vrouw, op eene buitengewone wijze in zijne praktijk bevoordeeld hebben.
...
2) Zie Recueil, II, blz. 184 en volg. en het XXXste artikel der verzoekpunten van redres. Aubin Nepveu was eigenaar van de plantages Vrouwenvlijt aan de Orellanakreek en Topibo aan de Para. Hij was gehuwd met Suzanna Kous.
Boek:  Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië .
Auteur:  Herman Daniël Benjamins en Joh. F. Snelleman (red.)
Uitgever:  Martinus Nijhoff/E.J. Brill, Den Haag/Leiden 1914-1917

Bron: Stichting Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl), Leiden

Pagina 549

Pàra,

een der kleinere rivieren van Suriname, ontspringt op ± 5° 15′ N.B. op het heuvelland van de Miendrinitti, stroomt met talrijke grootere en kleinere windingen in doorgaans noordelijke richting en valt bij de plantage Houttuin in de Suriname-rivier. Links neemt de Para, niet ver van haar oorsprong, de Buffelskreek op, iets noordelijker de Saramaccakreek, vervolgens de Sabakoekreek, de Coropinakreek (die zelf van links de Tawaycoera-kreek opneemt) en de Pararac-kreek; rechts de Carolinaen de Hooikreek. Een omstreeks het midden der 18de eeuw - na eenig gehaspel met de Directeuren der Societeit - gegraven kanaal, de z.g. Para-doorsnede, gedeeltelijk de genormaliseerde vroegere Bannister-kreek, verbindt de Para met de Suriname-rivier, waardoor men, komende van of gaande naar de Boven-Para, de kronkelingen van de Beneden-Paravermijden kan. Een ander gegraven kanaaltje, de Kraskreek, snijdt, zuidelijk van den grond Onoribo, een groote winding van de rivier af. De Para is een smalle, maar in haar midden- en benedenloop zeer diepe rivier, die grootendeels door zandsavannen stroomt, welke gedurende den grooten regentijd voor een groot deel onder water staan, zoodat men dan over de savannen heenvaart. Zuidelijk van de samenvloeiing met de Carolinakreek worden de savannen hooger. Een weinig ten noorden van de samenvloeiing met de Coropina (welk punt de Triangel genoemd wordt) vindt men op den grond Topibo een solitairen, 20 M. hoogen heuvel, den verweerden kop van een eruptief-gesteente, een laatsten uitlooper van het gebergte van het binnenland. Met haar inktzwart water en haar prachtigen plantengrooi (orchideeën in overvloed) is de Para een der schoonste rivieren van de kolonie. De vaart wordt op sommige tijden van het jaar door het z.g. eilandgras (zie aldaar) belemmerd, wanneer het niet bijtijds wordt verwijderd.

Langs de Para en de Coropina liggen tal van ‘gronden’, vroegere houtplantages, die na de opheffing der slavernij, in communaal bezit zijn overgegaan in handen van de vroegere slavenmachten. De bestaansmiddelen zijn voornamelijk het bewerken van vierkant hout, het zagen van planken en de cultuur van aardvruchten. Op de savannen wonen Indianen. Op 3 der gronden aan de Para heeft men gouvernements-scholen, aan de Coropina een kerk met school der Evang. Broedergemeente en een der R.K. Missie.

De rivier is niet naar Parham (Lord Willoughby) genoemd, zooals Van Sypesteyn waarschijnlijk acht, daar de naam, die zeker van Indiaanschen oorsprong is, reeds voorkomt in de lijst van rivieren in de reisbeschrijving van Keymis (1597).

Over de Para schreven o.m. Mr. H.C. Focke, Een togtje naar de landstreek Para (De Fakkel, 1830). Prof. W.F.R. Suringar (T.A.G.) 1885, 2e serie, deel III). Prof. K. Martin, Westindische Skizzen, Leiden 1887, blz. 18-24. G. Verschuur. Voyage aux trois Guyanes et aux Antilles, Paris 1894, blz. 257-266: Dr. A.H. Pareau, Onze West, 's Gravenh. 1898, blz. 104-110. J.F. Pool, Een reisje naar de Boven-Para in Suriname (De Natuur, Aug. en Sept. 1900).

 

Fragmenten uit kranten 

....

 

Laatst geupdate op ( dinsdag 29 november 2011 )
 
< Vorige   Volgende >
 
© 2012 Roots familie Pinas uit Suriname
wij raden u aan deze website met Firefox 2 te bekijken