Home arrow Bronnen arrow Plantages arrow Plantage Onverwacht - Geschiedenis
Plantage Onverwacht - Geschiedenis
Geschreven door Philip Dikland   

Plantage Onverwacht, ook wel Onverwagt
Neger-Engelse naam : Bossee = Bossé

Linkeroever in 't afvaren
volgorde in 't afvaren: Gage d'amour, Mattewaribo, Overtoom, Onverwagt, Osembo, Onoribo, Onverdacht, Welgedacht

Image
De plantage Onverwagt; op de kaart van Bakhuys en De Quant uit 1930. Noord = boven

De plantage was vroeger via de Para en de Hoykreek bereikbaar. Rond 1910 kwam de spoorlijn, en wat later werd vanaf het spoorstation een weg door de plantage naar Overtoom aangelegd. Na de aanleg van de spoorlijn vestigden de bewoners zich nabij het station ; het nieuwe dorpje heet "Onverwagt" of ook wel "Bossee". De oude kampong, die vermoedelijk nabij de Para heeft gelegen, werd toen verlaten.

Het huidige dorpje Onverwacht ligt half op plantage Osembo (de noordhelft) en half op plantage Onverwacht (de zuidhelft).

Op de kaart van Bakhuys is duidelijk te zien, dat de plantage vroeger verder oostelijk doorliep tot aan de Parakreek. Dit voorgedeelte werd later bij Osembo gevoegd. Tevens is te zien dat de plantage in de lengte wordt doorsneden door een kreek, de Hoykreek, ook wel Pararac kreek of Jawassie genoemd.

Chronologie

1667 - Redforde (Engelse kaart)

De kaart is onnauwkeurig. Redforde of diens buurman Rowlings bezaten een plantage ter plaatse van Onverwagt. Zij komen verder niet in de archieven voor.

1671 - L. Gavel (kaart Mogge)

Ook Gavel heeft geen sporen in de archieven achtergelaten.

1708 - Her. Honskom (kaart Paragebied, Augury 1708)

Honskom's plantage lag tussen die van de weduwe Lakory (Overtoom) en de weduwe Pleignol (Osembo). Onverwagt schijnt van origine een tabaksgrond te zijn geweest. (Suralco magazine, jaargang 2004 no. 1)

De naam Honskom komt niet voor in de kerkarchieven. Het meest nabij komt de naam Hontum. Hermanus en Anna Hontum hielden in 1699 en 1706 hun kinderen ten doop in de hervormde kerk.

detailkaart Paragebied 1708
detailkaart Paragebied 1708

(opm. Dionne: staat er Henskom of Honskom? )

 

1737 - Carel de Hoy (kaart Lavaux, 1737)

De plantage was 1000 akkers groot. De kreek door de plantage heet thans nog steeds de Hoykreek (ook wel Jawassiekreek), naar eigenaar Carel de Hoy.

Eigenaar Carel de Hoij uit Schiedam moet omstreeks 1715 in Suriname zijn gearriveerd, samen met zijn broer (neef?) David de Hoy. Er was vóór die tijd allang een familielid in Suriname geweest: dit was de dominee Aegidius de Hoy, die dienst deed in 1696 en 1697. De familierelatie tot David en Carel is niet bekend, zij kunnen zoons of neven zijn geweest. In ieder geval trad de weduwe van Aegidius op als doopgetuige bij de geboorte van hun kinderen, en het eerste zoontje van Carel de Hoy werd Aegidius genoemd.

In 1722 huwde Carel de Hoij met Maria Abigail Herolt.
Uit dit huwelijk zijn 4 kinderen bekend :

  • 1723-1753 Aegidius
  • 1725-?? Jacob Carel
  • 1727-1769 David, gehuwd 1748 Barbara Richters
  • 1728-1732 Magdalena Johanna

Maria Gerolt overleed in 1734. Carel de Hoy leefde toen nog; het is niet bekend wanneer hij is gestorven.

1742 - F. C. Bossé (kaart Lavaux 1770) ; Elisabeth en Nanette Samson

De 5e editie van de kaart van Lavaux is berucht om zijn onnauwkeurigheid. Ook in het geval van Onverwagt is er een fout gemaakt. Bossé was in 1742 overleden, maar staat in 1770 desondanks nog vermeld als eigenaar.

Frederic Coenraad Bossé uit Brunswijck, raad van het hof van politie, was in 1737 de eigenaar van een viertal plantages, te weten: Ongelegen, Onverwacht en Zorgvliet aan de Para-kreek, en de grote koffieplantage Salzhalen aan de Commetuane. Het is niet bekend hoe Bossé deze bezittingen heeft verworven. Als eigenaar heeft hij indruk gemaakt op de slavenmacht van Onverwagt. Tot vandaag de dag is de plantage bekend onder de volksnaam "Bosee".

Zijn echtgenote was de mulattin Maria Jansz. Maria was als slavin geboren te St: Christophel, en met haar meester/vader Jan van Susteren naar Suriname gekomen. In 1713 werd zij samen met haar moeder Nanoe en haar broer Charloo gemanumitteerd. Zij huwde in 1714 met Pieter Myvila (ook wel: Miville) uit Zwitserland, en vervolgens met John (ook wel: Jan) Spies in 1720. In 1727 gaf zij haar ja-woord aan Frederik Bossé :

"...... 1727 maart 9 sijn door mij onderschreven in de kerk van Paramaribo getrouwt met malkanderen, Frederick Coenraad Bosse jongman geboren te Brunsweich, en Maria Janss geboren te St Christoffel - A: A: Engel ...."

Het huwelijk was, evenals Maria's voorgaande huwelijken, kinderloos gebleven. Toch waren er wel kinderen in hun huishouden ; zoals Elisabeth Samson . Zij was een dochter van Nanoe, en dus het (half)zusje van Maria. Zij groeide op in het huis van Jansz en Bossé.

Bossé overleed in 1742. Maria leefde tot 1753. De erfgenamen van Maria Jansz waren de gezusters Elisabeth Samson (1715 - 1771), Nanette Samson (?-1793), en Catharina Opperman (?-1764). Net zoals Maria Jansz waren zij dochters van Nanoe, maar later geboren, en van een andere vader. (McLeod 1994, p. 63)

  

1793 - boedel H. D. Sobre, Nanette Samson (almanak 1793)

Hermanus Daniel Sobre, de echtgenoot van Elisabeth Samson, erfde na haar overlijden in 1771 een groot plantagebezit, waaronder de helft van Onverwagt.

Uit Plantage Clevia aan de Surinamerivier
Hermanus Daniel Zobre (1737 - 1784)
Zobre was één van de vele gelukzoekers die in Suriname kwam met de bedoeling er zijn fortuin te maken. In 1767 huwde hij met Elisabeth Samson:
".... 1767 op heeden den .. december zijn ten overstaan van de Edele Achtbaare heeren P: Ferrand en J: Swenne raeden in den Edele Hove van Politie en Crimineele Justitie der colonie Surinaame & & door mij ondergeschreven geswoore clercq der opgemelde colonie na behoorlijke affvragingh in den huwelijcken staat in en aangeteeckent,
Harmanus Daniel Zobre jongman van de gereformeerde religie geboortig te S' Hage oud omtrent 30 jaare geadsisteert met Joh: Smit en desselfs huijsvrouw,
en Elisabeth Samsom meede van de gereformeerde religie geboortig aan Paramaribo oud 52 jaaren geadsisteert met den heer R: van Jever en desselfs huijsvrouw....."
(huwelijksregisters raden van politie)

Het huwelijk heeft Zobre bepaald geen windeieren gelegd. In één klap was hij een der rijkste inwoners der kolonie geworden. Voor Elisabeth Samson kan dit huwelijk nooit voordelig zijn geweest, en het is moeilijk verklaarbaar waarom zij het is aangegaan. Cynthia Mcleod, die een biografie over Samson heeft geschreven, vermoedt dat zij als rijke en vrij zwarte vrouw in alle opzichten het respect van de koloniale samenleving trachtte af te dwingen. Via haar huwelijk met een blanke man dacht zij dit respect te krijgen. In ieder geval heeft zij de aandacht op zich gevestigd, de huwelijksaankondiging staat zelfs in het officieele gouverneursjournaal vermeld:

".... Vrijdag den 11 december 1767 - Agter middag heeft ondertrouw gedaan dhr: de Sobre met de negerin Elisabeth Samson, gewezene huijshoudster van wijlen den Heer Creuts...."

Elisabeth overleed in 1771:

"...1771-april 22 Debet Harm: Daniel Sobre — A kerkegerechtigheid voort begraven van des selfs huisvrouw Elisabeth Samson in de N: O: T: f 50,- ..."
(registers gereformeerde kerk)

Elisabeth had Zobre benoemd tot universeel erfgenaam; de erfenis bedroeg ongeveer f 1.200.000,- waaronder 11 plantages. Veel geld, maar een grafsteen voor zijn vrouw kon er niet af. In de kerkeboeken staat nergens de plaatsing van een grafsteen vermeld.

Maar de tijd van de grote plantagewinsten was definitief voorbij, en bovendien had Zobre niet het zakeninstinct van zijn vrouw. Hij verhypothekeerde de plantages, en leefde als een rijk man, maar was in feite failliet.

Na zijn dood in 1784 bleek het bezit zwaar met hypotheekschulden belast, en Sobre's familie weigerde de erfenis te aanvaarden (McLeod 1994, p. 92). Het totale bezit kwam daarop in handen van het negotiatiefonds van Marselis te Amsterdam. In 1793 behoorde Onverwagt nog tot de "boedel H. D. Zobre".

De andere helft van Onverwagt was het eigendom van Nanette Samson, de zus van Elisabeth.

De plantage produceerde hout, en wordt omschreven als "liggende aan de Pararac kreek". N. Chevalier was de directeur. De administratie was in handen van Jan Rocheteau, de "Nieuwe Weesmeesteren", H. Schouten, en P. S. Hansen.

1821 - erv. Schouten 1/4; G. N. Linck 3/4 (almanak 1821)

Hendrik Schouten (*1745 - † 27-09-1801) arriveerde in 1767 in Suriname met het schip "twee gebroeders" onder schipper Pieter Hilkes. Hij bouwde een bescheiden ambtelijke carierre op, en bekleedde de functie van commissaris van kleine zaken. Maar zijn ware liefde was de cultuur: hij was in Suriname dichter, uitgever, en acteur. Hij huwde op 20 maart  1772 met Susanna Johanna Hanssen (1750-?), een nichtje van de rijke plantage-eigenaresse Nanette Samson.

Uit het huwelijk van Hendrik en Susanna zijn vijf kinderen bekend, waarvan 1 vroeg gestorven :

  • Hillegonde Nanette (1774-?)
  • Christina Elisabeth (1776-?)
  • Gerrit Carl Francois (1779-1839), gehuwd Maria Helena Zeegelaar (?-1842)
  • Hendrik Samuel (*1785 -  †16-04-1840)
  • Martinus (1788-1788)

De kinderen groeiden in Paramaribo op temidden van een milieu van kunst en cultuur. Met name Gerrit Schouten is daardoor beinvloed: hij werd later een kunstschilder van formaat.

Hendrik Schouten was zaakgelastigde van zijn aangetrouwde tante Nanette Samson, maar kon niet voorkomen (of heeft eraan meegeholpen, een kunstenaar is meestal een slecht zakenman) dat haar plantagebezit onverstandig beheerd werd. In de jaren 1771-1776 werd Nanette's bezit zwaar met hypotheek belast en in 1778 werd zij failliet verklaard. Toen zij in 1793 overleed, was er feitelijk nauwelijks een erfenis. Haar erfgenamen waren de kinderen van Susanna Johanna Hanssen, en haar broer Philip Samuel Hanssen. (McLeod 1994, p. 90, 114).

Ondanks het faillissement, lijkt het erop dat Nanette's helft van Onverwagt wel tot de erfenis behoorde. De kinderen Schouten kregen een kwart, en Philip Hanssen een kwart.

In 1809 werd Philip Hanssen's aandeel in de plantage ten openbare verkoop aangeboden :

"... Paramaribo den 19 januari
CURATORS der NIEUWE WEES CURATELE en ONBEHEERDE BOEDELS KAAMER deezer COLONIE, zullen heeden over zes Weeken (de precise dag nader te bepalen) ter voorschreeve Kaamer publiek aan de Meest Biedende doen verkoopen de Quart in de HoutGrond Onverwagt, geleegen aan de Para Creecq aankoomende den Boedel M.P.S. HANSSEN ..."

(De Surinaamse Courant no.6: 21-01-1809)

Maar dat schijnt toen niet te zijn doorgegaan. Later, in 1820, kwam het aandeel opnieuw op de veiling. Deze kwart werd toen gekocht door de administrateur G.N. Linck, tevens eigenaar van de helft die vroeger aan Zobre had behoord. Hij werd dus voor 3/4 deel eigenaar. In 1821 was de boedel Schouten nog steeds eigenaar van het resterende kwart.

In 1821 was H. Schouten (ongetwijfeld Hendrik Samuel Schouten, zoon van Hendrik Schouten) de plantagedirecteur. Mede-eigenaar G. N. Linck voerde samen met directeur Schouten de administratie. In 1830 (Teenstra) telde de slavenmacht 99 mensen, en dat is groot voor een houtgrond. Het is overigens niet zo, dat al deze mensen productief bezig waren. Na aftrek van senioren en kinderen bleef er een productiemacht van zo'n 40 mensen over. Nog steeds teveel voor een oude houtgrond die waarschijnlijk al grotendeels uitgeput was. De slaven zullen grotendeels werkeloos zijn geweest, voor de eigenaren dus kapitaalverlies. Maar het was het voor eigenaren van houtgronden bijna onmogelijk om hun slavenmachten naar andere productieplantages over te brengen. Dat veroorzaakte meestal grote onrust onder de slaven, en steun van het gouvernement kregen de eigenaren niet. Toch werd het regelmatig geprobeerd. Waarschijnlijk is dit de reden dat de grote administrateur Govert Linck geinteresseerd was in Onverwagt. Men bedenke hierbij, dat vanaf 1808 de afrikaanse slavenhandel officieel was verboden, en dat het dus onmogelijk was om de slavenmachten op de plantages aan te vullen, tenzij met slaven van andere plantages.

Image
Een oud bord aan een modern huis aan de Loswijkstraat is nog overgebleven uit de plantagetijd. Foto KDV architects, 2005.

1843 - erven H. Schouten (almanak 1843)

Onverwagt was in 1843 een houtgrond van 3000 akkers. De erven Schouten waren de eigenaar, Govert Linck wordt niet meer genoemd. H. W. BuillabHendrik Willem Buillab , een gekleurde  plantage directeur ] was de directeur. De administratie werd gevoerd door een uitgebreid gezelschap bestaande uit H.G. Roux, J.G.W. Banffer, A.F. Gerdeman en de door de overheid benoemde sequestors. De directeur zal flink wat tijd zijn kwijtgeraakt met het quattropliceren van zijn administratie...

De erven van Hendrik Samuel Schouten waren de twee kinderen van zijn broer Gerrit.

1857 - A.F. Lammens junior (advertentie 1857)

A.F. Lammens junior was de zoon van de rechter Adriaan Francois Lammens (9 januari 1767 Vlissingen -1847 Den Haag).

Adriaan Francois Lammens (sr) kwam op 19 oktober 1815 naar Suriname. Hij was president van het Hof van civiele en criminele justitie, en tevens president van het gemengd brits-nederlands gerechtshof tegen de slavenhandel. Daarnaast was hij de schrijver van één der beste verhandelingen over Suriname ooit geschreven.
Hij was - na twee voorgaande huwelijken - in 1827 gehuwd met Carolina Maria Schouten (1804-?), een dochter van Gerrit Schouten. Het echtpaar bewoonde het rijke hoekhuis op de hoek van de Waterkant en het Plein. Tot 18 november 1835 verbleven zij in Suriname ; in dat jaar ging Lammens met pensioen en vertrok het echtpaar voorgoed naar Nederland. Carolina Maria Schouten heeft de plantage Onverwagt geerfd van haar oom Hendrik Samuel Schouten.

Image
Het huis Waterkant 2, zoals het in 1825 door A.F. Lammens na de grote stadsbrand van 1821 werd herbouwd. De balconuitbouw aan de achterzijde is een latere uitbreiding. Foto KDV architects 1988

Adriaan Francois Lammens junior (1792-?) was een voorzoon uit het eerste huwelijk van Adriaan Lammens. Carolina Maria, die zelf geen kinderen had, heeft de plantage blijkbaar aan hem nagelaten. Lammens junior is vermoedelijk nooit in Suriname geweest. (Medendorp 1999, p. 30)

In 1857 werd de plantage geveild. De nieuwe eigenaren waren de gebroeders Caupain te Paramaribo.

"... De Exploicteur bij het Geregtshof in de kolonie Suriname, zal over een jaar en zes weken, den dag en datum nader te bepalen, publiek bij executie verkopen:
Den Houtgrond ONVERWAGT c.a., gelegen in de Para Kreek, tusschen de Houtgronden Osembo en Overtoom, aankomende A.F. Lammens Junior, (op den 13n. dezer onder Sequestratie gebragt) ..."
(De Surinaamse Courant no.139: 19-11-1857)
1863 - Caupain ; emancipatie

Blijkens de emancipatieregisters werden er 142 slaven vrijverklaard, verdeeld in vijf grote families :
Crisis , Loswijk , Pinas , Piqué , Vyent
en 3 kleine families:
Disker , Graf en Nooten .

De eigenaren waren Francois Gaspard Caupain (2/3 deel), woonachtig aan de Saramaccastraat La. E. no. 21 te Paramaribo, en William Fransua Caupain op de houtgrond Onverwagt (voor 1/3 aandeel). De "tegemoetkoming" bedroeg f 49.200,-

Zie ook  Slaven van plantage Onverwacht  

Na 1863

Volgens overlevering (www.bossekrioro.com) werd de plantage vanaf 1877 aan de voormalige slavenbevolking verhuurd, en op 18 mei 1881 door hen aangekocht. Bij contractondertekening werd de bevolking vertegenwoordigd door 8 familiehoofden ; hun namen staan vermeld op het eigenarenmonument in het dorp.

Fu memre deng fosi Eginari
Di baj na pranasi Onverwagt
Tapu 18 mei 1881

Frans Vyent
Johan Crisis
Bernhard Vyent
Daniel Kensie
Augustinus Vyent
Nicodemus Loswijk
Frits Pinas
Johannes Piqué

Image
Het eigenarenmonument te Onverwagt in het Bosee-park. Foto KDV architects, 2005.

Image
Detailfoto eigenarenmonument te Onverwagt in het Bosee-park. Foto KDV architects, 2005

1906 - aanleg spoorweg

In de periode 1904-1912 werd een spoorweg aangelegd naar de goudvelden van boven-Suriname, de z.g. "Lawa-spoorweg". Onverwagt werd een van de belangrijkere stations. In de dertiger jaren verbeterden opnieuw de verbindingen : de Winston Churchillweg langs de Surinamerivier werd aangelegd, en de Meursweg verbond Onverwagt met de rivier. Langs de spoorbaan werd op het oude Pad van Wanica een autoweg aangelegd, die in de veertiger jaren werd doorgetrokken naar de nieuwe luchthaven Zanderij.

Het huidige dorpje Onverwagt ligt op de kruising van de spoorbaan en de Hoykreek, en vormt één geheel met het dorpje Osembo aan de andere kant van de spoorlijn.. Het is niet duidelijk of Onverwagt/Osembo daar altijd al heeft gelegen, of dat het dorp op een gegeven moment naar het spoor is verhuisd. Het oudste nog leesbare graf op de begraafplaats van Onverwagt dateert uit 1913.

In 1910 werd de r.k. Heilig Hart van Jezuskerk ingewijd.

Image
Traditionele huizen in het dorpje Onverwagt. Foto KDV architects, 2005.

Na 1940 - industrialisatie

Het Para-district heeft de meeste economische impulsen gehad van geheel Suriname. In het begin van de 20e eeuw bracht de aanleg van de spoorlijn - een project van f8.000.000,- - werkgelegenheid. Daarna was er werkgelegenheid met het onderhoud ervan, en was het bovendien mogelijk om tuinbouwproducten in de stad aan de man te brengen. In de veertiger jaren volgde de aanleg van de luchthaven Zanderij met de bijbehorende aanvoerwegen. In 1941 begon de Billiton met het mijnen van bauxiet te Onverdacht. In de zestiger jaren, werd het district het industrieele centrum van Suriname, toen de SBM een aluinaardefabriek en aluminiumsmelter opende te Paranam. En tenslotte, vanaf de negentiger jaren, is er een steeds grotere touristische activiteit, met name in het Zanderijgebied.

1968 - heden - hoofdplaats district Para

In 1968 werd het district Para ingesteld ; Onverwagt werd de hoofdplaats van het nieuwe district. Ondanks de vele economische activiteiten in het district, is Onverwagt vanaf 1975 eigenlijk steeds kleiner geworden, een verschijnsel dat zich ook heeft voorgedaan in de andere oude dorpjes van het district. De verbindingen met Paramaribo zijn uitstekend, maar dit heeft er juist toe geleid dat de jongere bewoners zich in Paramaribo gingen vestigen. Anderen trokken weg naar Nederland.

Maar vanaf 2000 is ook een tegengestelde tendens zichtbaar : de mensen worden moe van Paramaribo, en verhuizen naar de rust van Onverwagt. Er zijn zeker 5 mooie moderne huizen in het dorp, en nog enkele in aanbouw.

In 1985 werd de spoorverbinding opgeheven. Zij had geen nut meer, de naastliggende autoweg had de transportfunctie geheel overgenomen. Op het laatst was er alleen nog een dienst tussen Onverwagt en Republiek. Het station bestaat nog, maar dat zal niet lang meer duren. De treintjes staan weg te roesten, de stationoverkapping werd in 2004 gesloopt. 1 locomotief werd hergebruikt als gedenkteken. Niet onterecht : veel van de ontwikkeling van het district is uiteindelijk te herleiden naar de spoorlijn, de eerste grote ontsluiting van het gebied.

Image
Spoorwegemplacement te Onverwagt. De poeren en kolommen van de gesloopte overkapping zijn nog zichtbaar. Foto KDV architects, 2005.

 

 

Onderstaande foto's gemaakt door André Pinas

Bronnen

1 - boeken en artikelen
1.1 - Andre Loor: Verbonden, suriname en DSB, 1865-1990 - uitg. DSB, 1990

1.2 - Cynthia McLeod: Elisabeth Samson, een vrije zwarte vrouw in het achttiende eeuwse Suriname - uitg. Vaco Press, 1994.

1.3 - Clasien Medendorp: Gerrit Schouten (1779-1839) - uitg. KIT Amsterdam en SSM Paramaribo, 1999

1.4 - fr. A.C. Schalken: Historische gids 300 jaar R.K.gemeente - 1985

2 - databases op het internet
2.1 - Philip Dikland - oud archief der burgerlijke stand in Suriname

2.2 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863

3 - inventarisaties in het notarieel archief van het NA, den Haag
geen gegevens
4 - archief Dienst der Domeinen te Paramaribo
1820 - resolutie

Alzoo curators der nieuwe wees curateele en onbeheerde boedels kamer zich aan ons bij requeste hebben geaddresseerd, dat zij zullende overgaan tot den verkoop van de onder derzelve beheerde zijnde 1/4 aandeel in de houtgrond genaamd Onverwagt gelegen aan de Parakreek ter regterhand opwaards strekkende tusschen de hout plantagien Osembo en Overtoom, aankomende den boedel wijlen mr: P: S: Hansen blijkens bij requeste geannexeerde kaart door den geswooren landmeeter J: G: R: Bohm geformeerd beslaande eene groote van 2221 akkers, met eene breete van 60 kettingen en diepte van 370 1/6 kettingen ; en aangezien bij de voorm: plantage de warrand of grondbrief was ontbrekende zij supplianten tot het verkoopen van gem: 1/4 aandeel in voorsz: houtgrond te raden zijn geworden zich aan ons te keeren met verzoek hun van meergem: houtgrond te verleenen warrand of grondbrief informa.
Zo is het dat wij het voorsz: overgemerkt en de positive conform de waarheid bevonden hebbende alsmede ingezien de kaart der uitmeeting door den geswooren landmeeter J: G: R: Bohm in dato 18 december a.p geformeerd ; mitsdien vergunnen en concedeeren aan de supplianten omme in allodialen en erffelijken eigendom te blijven bezitten de voorm: houtgrond genaamd Onverwagt gelegen aan de Parakreek ter regterhand opwaards strekkende tusschen de hout plantage Osembo en Overtoom zoals dezelve zich thans bevindt beslaand 2221 akkers gelijk uit de geannexeerde kaart blijkt,
nogthans onder de volgende conditien.
Zullen zij gehouden zijn te betalen aan het kantoor der land Taxen over eene hoeveelheid van 1000 ackers land eene jaarlijksche recognitie of canongeld van twee stuivers hollands geld per acker en over eene hoeveelheid van 500 akkers een jaarlijksche recognitie of canongeld van vier stuivers hollands per akker, en dat op poene dat ingevalle dezelve recognitie of canongeld binnen drie maanden na den vervaldag telkens niet voldaan was, het dubbeld van dien zal moeten betaald worden en alzo in plaats van twee vier een van vier acht stuivers per akker land en waar voor zij paratelijk zullen mogen en moeten worden geexecuteerd.
Ook zullen zij gehouden zijn de approbatie op deese warrand van den landsheer te versoeken binnen den tijd van twaalf andere maanden op poene van daarvan ingebreeken blijvende voor de eerste zes maanden na de bepaalde tijd te verbeuren eene boete van vijftig guldens de volgende ses maanden eene boete van een honderd guldens en de laatste zes maanden eene boete van twee honderd guldens, alles ten behoeven van 't hospitaal alhier en zal gemelde approbatie binnen twaalf andere maanden aan ons moeten worden vertoond.
En zal deze warrand illico ter secretarij der colonie laaten registreeren en ons daarvan behoorlijk doen blijken.
Voorts blijft het regt van naasting ten allen tijde aan den landsheer gereserveerd.
Laatstelijk zullen zij niets vermogen te onderneemen tot nadeel den vrije indianen ofte eenige vorige concessien, en zo er natuurlijke creecquen door dit land mogten loopen dezelve niet toe te vallen ofte stoppen maar voor een ieder open en vrije te moeten blijven om te kunnen bevaaren.
Aldus gedaan en met ons handteekening en zegel bekrachtigd alhier aan Paramaribo dezen 31 januarij 1820.
/ was geteekend / C: R: Vaillant

Permitteeren bij deze aan G: N: Linck prive en qq en H: Schouten prive en qq, om met hunne negers op het stuk agterland gelegen aan het perceel land aan de Pararacweg aankomende de houtgrond Onverwagt aan de Parakreek ter regterhand opwaarts gelegen, waarvan kaart figuratief geformeerd dato 11 januarij ll door den geswooren landmeeter J: G: R: Bohm aan ons is geexhibeerd, en waaruit consteerd dat hetzelve perceel door niemand is bezete, tot wederopzeggings toe hout te mogen werken en kost te planten.
En zullen zij (vide pag: 45)
Gegeven onder onze handtekening en zegel aan Paramaribo den 1 augustus 1821.
/ was geteekend / C: R:Vaillant

 

 
Laatst geupdate op ( donderdag 16 september 2010 )
 
Volgende >
 
© 2012 Roots familie Pinas uit Suriname
wij raden u aan deze website met Firefox 2 te bekijken