Home arrow Bronnen arrow Diverse bronnen arrow Schouten, Hendrik 1745-1801
Schouten, Hendrik 1745-1801
Geschreven door Pinas Team   

Ter aanvulling op Geschiedenis plantage Onverwacht

Bron: DBNL - Michiel van Kempen - Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, deel 3

Leven. Hendrik Schouten werd in Amsterdam geboren en op 6 oktober 1745 gedoopt in de nederlands hervormde Zuiderkerk. Hij zette in 1769 koers naar Suriname. Hij werd werd secretaris van de Weeskamer, en nog hetzelfde jaar ‘adsistent notul schrijver in den hoove’. Hij werkte zes jaar als klerk in gouvernementsdienst, onder meer bij de gouverneurs Wichers en Beeldsnyder Matroos. In 1785 verzocht hij tot ‘Boekhouder van de Classis van 't Hospitaal’ te worden benoemd; onbekend is of het verzoek ook is ingewilligd. In 1786 werd hij provisioneel aangesteld tot ‘Coffijweeger’, het jaar daarna tot waagmeester - een functie die hij volgens de Almanach voor 1793 nog in dat jaar vervulde. Blijkbaar fungeerde hij tegelijkertijd als ‘Copiist der Notulen van de Respective Hoven’. Schouten was bovendien Commissaris van Kleine Zaken. In 1793 opende hij een herberg aan de Waterkant, in het huis ‘eertyds bewoond door de Weduw J. Grospoil’.

Op 20 maart 1772 trouwde Hendrik Schouten met de kleurlinge Suzanna Johanna Hansen, een achternichtje van de vermogende Elisabeth Samson die in 1764 als eerste vrije negerin een wettig huwelijk met een blanke had gesloten. Uit het huwelijk van Hendrik en Suzanna werden twee dochters en drie zoons geboren; de oudste van deze zonen, Gerrit Carel François Schouten (1779-1839), zou als tekenaar en ontwerper van diorama's de geschiedenis ingaan als de eerste Surinaamse kleurling-kunstenaar. De tweede zoon, Philip, werd in Suriname een bekend jurist en klom op tot een hoge rang in het gouvernement.

In geschiedenis plantage Onverwacht staan de kinderen van Hendrik Schouten en Suzanna Johanna Hanssen vermeldt:
  • Hillegonde Nanette (1774-?)
  • Christina Elisabeth (1776-?)
  • Gerrit Carl Francois (1779-1839) gehuwd Maria Helena Zeegelaar (?-1842)
  • Hendrik Samuel (1785-1840) vermoedelijke directeur pl. Onverwacht in 1821
  • Martinus (1788-1788)

 Schouten heeft een actieve rol gespeeld in het culturele leven van Paramaribo: in 1773 werd in zijn huis het toneelstuk Sabina en Eponia opgevoerd (hij moet dus toen in goede doen zijn geweest, vermoedelijk dankzij de handel in wisselbrieven) en hij speelde ook zelf toneel. In 1785 tilde hij het genootschap De Surinaamsche Lettervrinden mee van de grond, in 1796 was hij de uitgever van de Nieuwsvertelder of zamenspraak tusschen Louw en Krelis . Hendrik Schouten overleed op 27 september 1801 en ligt in Paramaribo begraven op de Nieuwe Oranje Tuin.

*1 Zijn vader was Gerrit Schouten, zijn moeder Hillegonda de Cock (Dopen in de n.h. Zuiderkerk, dtb 101, fol. 266v.) Achter zijn naam staat ‘171/1369 twee seegels’, wat kan betekenen dat hem toen een doopbewijs is verstrekt in verband met zijn vertrek. Daarmee komt de veronderstelling van Hollanders 1984: 172 - die zich baseert op een stuk uit 1785 in het ARA I.171/161/75/102-103, waarin wordt vermeld dat Schouten ‘bij de 18 Jaaren in de Colonie’ is - dat Schouten in 1767 naar Suriname vertrok, te vervallen. Schouten komt niet voor in de lidmatenboeken van de hervormde gemeente waarin vermeld werd wanneer en waarheen de lidmaten vertrokken.

Werk. Er is weinig dat het spottend oog van Schouten is ontgaan. Voor zover bekend zijn al zijn gedichten, op een grafschrift voor Quassi van Timotibo na, verschenen in de vier bundels Letterkundige Uitspanningen en hij dichtte even gemakkelijk over de rijmelaars onder de dichters, als over de flessentrekkers onder de kooplieden, de windbuilen onder de speculanten, de quasten onder de kruidendokters, en de kwaadspreeksters onder de vrouwen.

Het sonnet ‘De geele vrouw’, opgenomen in de tweede bundel Letterkundige Uitspanningen, schetst een portret van een deugdzame vrouw die nochtans versmaad, veracht en belasterd wordt, en de laatste regel geeft de reden van deze ‘schendaad’: ‘Die braave Vrouw in plaats van Blank te zijn was Geel!’. Het tweede opmerkelijke vers is ‘Een huishoudelyke twist’. Het is een tweespraak tussen een man en een vrouw - hoogstwaarschijnlijk een blanke kolonist en zijn zwarte vrouw of zijn favoriete huisslavin die de rol van huisvrouw speelt. De vrouw geeft telkens op bijzonder ongezeglijke wijze antwoord aan de man, en belaagt hem zelfs met allerlei scheldwoorden. Haar - cursief gedrukte - verzen zijn in het ‘Neeger-Engelsch’ oftewel het Sranantongo gesteld, en daarmee hebben we het vroegste voorbeeld van een schriftelijke, literaire bron van deze taal. De eerder ter sprake gebrachte samenspraak van Pieter van Dyk (rond 1768) is enkel opgesteld als didactisch instrument voor Nederlandse kolonisten en ‘maakt zulk een onwaarschijnlijk naïeve indruk, dat het moeilijk is aan een authentiek relaas te blijven geloven’. De samenspraak van Hendrik Schouten is opgesteld in gekruist rijm (abab) zodat de versregels van elke persoon op elkaar rijmen, en er dus per taal sprake is van gepaard rijm:

Kind lief, laat voort de Coffij geeven!
Tan Baija, jusno a sa kom.
 
Maak met de Slaaven dog geen leeven!
Den booijs den de toe moessie dom!

 
Er is duidelijk sprake van een hiërarchische verhouding, want de man straft de vrouw met de bullepees, maar zij krijgt wel het laatste woord en stelt zélf voor om maar uit elkaar te gaan. Natuurlijk heeft Schouten het gedicht een sterk satirisch element meegegeven, maar de lezing wordt in een ander licht geplaatst als we weten dat Schouten zelf met een gekleurde vrouw getrouwd was. Wat dit aangaat: zowel Ursy Lichtveld en Jan Voorhoeve als Cynthia Mc Leod hebben het onbegrijpelijk gevonden dat Schouten zich zo druk kon maken over de discriminatie van zijn eigen, gekleurde vrouw, terwijl hij wel het toneelgezelschap Pro Excolenda Eloquentia steunde dat joden niet in zijn kring toeliet. Verder maakte John Gabriël Stedman in zijn Reize naar Surinamen melding van het geval van een christelijk mulattenmeisje dat door Schouten voor de rechtbank gesleept werd, omdat zij weigerde slavenwerk te verrichten. Als dat dezelfde Hendrik Schouten is, dan is er alle reden om niet veel principes te zoeken achter zijn slavernij-kritiek, laat staan een vorm van abolitionistisch denken.

Zouden zijn verzamelde verzen amper een bundel vullen, Schouten heeft altijd veel lof geoogst - ongetwijfeld om zijn eigenzinnigheid, zijn tegendraadsheid en waarschijnlijk ook om de afwezigheid van de krullen en tierelantijnen die zoveel van het werk van zijn tijdgenoten ontsieren. Schouten was tegen de esthetiek en vóór het kritisch denken, een poëtica die hij indirect verwoordde in deze regels van het gedicht ‘De wangunst’:

Een zwier van taal maar zonder zaaken,
Dat weinig brein of vinding heeft,
Zal dat het sneedig oor vermaaken,
Daar het geen stof tot denken geevt?

De Surinaamse essayist en dichter John Leefmans noemde Schouten ‘de grootste satiricus’ van zijn tijd en ‘buitengewoon interessant’. Moge Schoutens scherpste gedichten misschien ingegeven zijn door opportunistische overwegingen, hij zéi het toch maar. Met Leefmans' karakteristiek is dan ook zeker niet teveel gezegd.

 

Bron: Suriname.nu over Hendrik Schouten

Hendrik Schouten geboren in Amsterdam in 1745 en overleden in Paramaribo op 27 september 1801, Nederlands letterkundige, belangrijk lid van het genootschap De Surinaamsche Lettervrienden.

Vader van Gerrit Schouten, de eerste Creoolse schilder in Suriname. Hij publiceerde uitsluitend in de vier bundels Letterkundige uitspanningen van dit genootschap (uitgegeven van 1785 tot 1787), waaronder het eerste gedicht (Een huishoudelijke twist) dat voor de helft in het Sranan Tongo geschreven werd.

Hij is vooral belangrijk als satirisch dichter.

De Lettervrienden publiceerden tussen 1785 en 1787 vier bundels Letterkundige uitspanningen. In de eerste uitgave stond een gedicht dat met kritiek werd ontvangen omdat het strijdig zou zijn met de leer van de Gereformeerde Kerk. De daaropvolgende bundels moesten daarom vóór publicatie aan de gouverneur of aan een predikant ter inzage worden aangeboden.

In dezelfde tijd werd er een tijdschrift uitgegeven dat de Surinaamsche Spectator heette. Ook de uitgever van dit tijdschrift kreeg te maken met waarschuwingen van gouverneur Wichers omdat de inhoud beledigend of ongodsdienstig was.

Ook later was er sprake van censuur door de overheid. In 1786, in de onrustige tijd voor de periode van Britse protectie, gaf Hendrik Schouten een tijdschrift uit met de titel "Nieuwsvertelder of zamenspraak tusschen Louw en Krelis".

Vanwege de kritiek op het bestuur die daarin werd geuit verbood gouverneur De Friderici, die Wichers in 1790 opvolgde, de verspreiding ervan.

Op het gebied van toneel en muziek waren er veel activiteiten. Schouwburgen en concerten werden volgens Wolbers druk bezocht. Schouten financierde het gezelschap "Pro Extollenda Eloquentia" en stond zelf ook op de planken.

In zijn journaal vermeldde gouverneur Nepveu dat op 19 juli 1773 het spel Sabina en Eponia werd opgevoerd en dat Schouten zowel de organisatie van het stuk in handen had als erin meespeelde. Behalve de gouverneur was ook de Zwitserse kolonel Fourgeoud aanwezig bij de opvoering.

De economische omstandigheden in dat jaar waren voor veel planters slecht. Ze hadden jaren in weelde geleefd en moesten die opgeven toen steeds meer bezittingen met een hypotheek werden bezwaard. Schoutens toneelavond bracht een deel van de elite van de stad bijeen en het was de bedoeling, schreef de gouverneur, om maandelijks een voorstelling te geven. De voorstellingen waren echter niet toegankelijk voor joden. Zij reageerden hierop door een eigen schouwburg te openen waarin meer voorstellingen werden gegeven dan in die van Schouten.

Schouten huwde in 1772 met de kleurlinge Suzanna Johanna Hanssen, de moeder van Gerrit Schouten.

Hendrik Schouten is begraven in de Nieuwe Oranjetuin, graf nummer 738 met het grafschrift:

Hier ligt begraven den weledele heer Hendrik Schouten, in leven Kommissaris van Kleijne Zaken deezer Colonie o.b.i.t. den 27 september 1801 - oud 56 jaren.




Laatst geupdate op ( maandag 14 december 2009 )
 
< Vorige
 
© 2012 Roots familie Pinas uit Suriname
wij raden u aan deze website met Firefox 2 te bekijken